himmels-foto.nl


Ga naar de inhoudsopgave

Wie Is

EKSTRA




DEKEN THEO VAN HOUT


De oudere zullen hem zeker wel kennen, onze oud-deken Theo van Hout. Hij was de opvolger van deken Meijer die van 1927 tot 1944 onze deken was. Deken van Hout is op 27 december 1901 geboren in Eindhoven, als zoon van de bekende familie/winkeliers van Hout Ververgaard die winkels hadden o.a. in kleding en juwelen. Theo werd priester gewijd op 6 juni 1925. Hij kreeg meteen al 'n aanstelling, als hulp kapelaan in 't Heike in Tilburg en in 1927 werd hij kapelaan in Beneden- Leeuwen. In 1930 werd hij overgeplaatst als kapelaan in den Bosch en hij werd in 1936 rector der carmelitessen, de Theresiaantjes. In die tijd was hij ook nog 2de secretaris van de bisschop in den Bosch en stedelijk aalmoezenier van "de jonge werkman". On 1944 werd hij aangesteld als pastoor-deken in Asten wat hij ruim 15 jaar bleef doen tot begin 1960. Hij vroeger toen zelf ontslag aan en werd tot 1972 directeur van de missiezusters Franciscanen en rector van het moederhuis van de zusters. Na 1972 bleef hij in het moederhuis wonen en werd er de adviseur. Hij was verbonden met de jeugd van Asten, Jongensgilde, Gidsen en Kabouters, Verkenners, Jonge Boerinnen, Jonge Boerenstand, Kajotters en Kajotsters, Middenstand, Jeugdfamilie en de Korfbalclub. Ook het o0nderwijs kwam in stroomversnelling en kwamen er uitbreidingen van de scholen in Asten, Heusden en Ommel en er kwamen nieuwe gebouwen. Kleuterschool in Ommel, op Voordeldonk en de Molenstraat. Hij deed ook veel werk voor Elisabeth- en Vincentiusverenging waar hij directeur van was. Hij was ook als adviseur verbonden aan diverse instanties in ons dorp: NCB, Wit-Gele-Kruis, KOB de Peel, EHBO en de Gezinszorg. Toen er nieuwe instanties verezen kregen ook die zijn steun zoals sw Katholieke Actie en de Boerinnenbond. Waar deze pastoor voor stond was elkaar liefhebben, elkaar helpen. Als het ging over materialisme dan was je bij deken van Hout aan het verkeerde adres... daar had hij 'n hekel aan net als "lioefdeloosheid". Toen ik op de lagere school zat heb ik wel ooit godsdienstles van hem gehad maar helaas kan ik me daarvan weinig herinneren. Het was iemand die altijd klaar stond voor anderen mensen, had je problemen dan was hij de redder in nood. Er is veel over Theo van Hout te vertellen. Hij was 'n wijs man en heeft veel voor Asten betekend. Hem werd ook het ereburgerschap verleend van Asten en hij werd officier in de Orde van Oranje Nassau. In Asten werd de school in de bloemenwijk naar heb vernoemd, "Deken van Houtschool". Hij heeft zich in zijn leven verdienstelijk gemaakt voor de mensheid... die twee onderscheidingen bevestigen dat... Hij stierf nadat hij slechts 'n paar maanden ziek was. God heeft hem zeker beloond voor al het geen hij hier op aarde heeft gedaan... deken van Hout is heel zeker opgenomen in het rijk der Hemelen, iets waar hij ten volste recht op had.



KOOS GREIN


Ik moet eerlijk bekennen dat ik Koos Grein ook niet zo heel goed kende en toch behoorde hij vroeger bij de bekende Astenaren. Dat kwam vanwegen zijn werk want Koos kwam overal. Koos is zelf geen Astenaar van geboorte want zijn geboorteplaats was Cuijck. Hij was verkoper van kleding. Maar toen hij jong was begon hij met "venten", eerst met jutezakken die hij bij de boeren etc opkocht en verkocht aan 'n Joodse handelaar. Maar later stopte hij hiermee en ging over naar lappen stof. Die had hij achterop de fiets zitten en hij ging dan zijn klantenkring af die hij in de loop der jaren had opgebouwd. Hij verkocht de lappen stop die bedoeld waren voor maatwerk pakken. Het mooie was dat hij de stoffen hiervoor verkocht maar ook het contact legde met de kleermaker, daarvoor kreeg hij dan ook weer 'n paar procentjes. Hij verzorgde dus zogezegd all-in maatkostuum of overjas. Dat bleek 'n goede zet want hij had volop werk en hij verdiende goed. Koos, geboren 27 augustus 1900, was getrouwd met Miet Kwarten, dat was op 14 januari 1919. Ze kregen vijf kinderen... een ervan was Rinie, die in de voetspoeren van zijn vader trad en die bij ons bekend is van Markthal Grein Asten en later zijn prachtige winkel overdeed aan zijn zoon Sjaak Grein. Vroeger woonde ze op Ostade maar dat werd later Bergdijk. Koos verdiende er echt goed geld mee... het was zo dat hij later alleen nog in de voormiddag behoefde te werken en 's middags tijd had voor zijn grote hobby, vissen, nee armoede heeft hij nooit gekend zei hij zelf vaak. Koos is altijd 'n groot sportfan geweest. Hij miste bijna nooit 'n sportwedstrijd. Ook was hij altijd 'n trouw supporter van ons eigen NWC. Op latere leeftijd was hij 'n trouwe bezoeker van het dienstencentrum voor bejaarden waar hij nog vaak 'n partijtje biljart speelde of ging beugelen. Ook sprak hij vaak af met mensen die hij kende van vroeger om over "vruugur te buurte". Koos Grein is in Asten bekend als die gezellige mens die zo geweldig leuk en gezellig kon buurten. Op 31 januari 1981 is Koos overleden, hij was toen 80 jaar oud.



GERRIT CUPPENS


Gerrit Cuppens was 'n echte Astenaar, getrouwd met Maria Cuppens - Bruijnen die voor de oorlog de vroedvroew was in Asten, als er ergens hulp nodig was moest Maria inspringen. In 1921 kreeg ze 'n vaste aanstelling in Asten, ze was de eerste vrouw in Asten die 'n bromfiets bezat en hielp per jaar wel tussen de 160 en 200 kinderen op de wereld. Gerrit is geboren in het begin van 1900 in de Julianastraat, vroeger de Fabrieksstraat, en zijn vader was molenaar van beroep en had 'n molen aan de Emmastraat. Later kwam daar ook nog de zagerij op diezelfde plaats. Mijn vader, Driek Welten woonde er tegenover. Omdat Cuppens daar 'n molen had hadden ze ook 'n zaak in granen. In 1920 sloeg het noodlot toe en brandde de molen en de zagerij tot de grond toe af. De molen werd niet meer opgebouwd want Asten had nog 'n paar andere molens in het dorp maar wel de zagerij waar menig Astenaar, ook mijn broer Henk, werk vonden. De vader van Gerrit vertrok in 1925 samen met de rest van de familie Cuppens naar Belgie om er zijn heil te zoeken, Gerrit bleef hier en was er vast van overtuigd dat hij de zaak verder kon uitbreiden. Gerrit timmerde flink aan de weg, in het begin zaagje men per dag zo'n 3 á 4 m3 rondhout per dag, met 6 man personeel. Na de oorlog zorgde Garrit ervoor dat het verhoogd werd naar ongeveer 30 m3 per dag. Tientallen jaren was hout voor emballage, kisten, het voornaamste product van directeur Gerrit en zijn personeel maar toen karton en plastic zijn intrede deed ging men over naar het vervaardigen van pallets. De crisis jaren 30 heeft Cuppens met succes door gewerkt door goed leiderschap. Gerrit deed later de zaak over aan zijn zoons, dat was toen hij de pensioengerechtigede leeftijd had bereikt maar hij bleef nog volop meedraaien in de houtzagerij, vooral zijn specialiteit, het slijpen en het scherp houden van alle machines. Gerrit was van "meer markten thuis". In 1945 werd hij aangesteld in de voorlopige gemeenteraad, voordat de gemeenteraad werd aangesteld vormde hij samen met Willem van Golstein Brouwers de bestuurlijke as van ons dorp. Zijn grote hobby was schieten met geweer maar bij gebrek aan schietbanen moest hij dit laten varen. Ik herinner me nog dat hij een van de "geldophalers" was in de kerk en Gerrit was ook lange tijd voorzitter van de bejaardenbond. Gerrit die geboren was op 21 juli 1900 is overleden op 15 oktober 1976. Hij en zijn bedrijf hebben veel voor Asten kunnen betekenen. Helaas is de fabriek niet meer in Asten en op de plek waar vroeger de zagerij en molen stonden in nu de Zagershof verschenen, 'n wijkje met mooie woningen maar de prachtige woning van Cuppens staat er nog altijd.



BURGEMEESTER WIJNEN

Van 1910 tot 1944 was Willem Wijnen onze burgemeester, hij was Jan Zwitsar opgevolgd. De familie Wijnen had de meeste tijd in Sint-Oedenrode gewoond maar Willem ging na het overlijden van zijn vader in Veghel wonen waar hij in 1909 Caroline Maussen huwde. Willem werd in 1910 aangesteld tot burgemeester van Asten en op 6 april 1910 geinstalleerd. Willem Wijnen was in Sint-Oedenrode geboren op 22 september 1880. Hij was de zoon van Gerard Wijnen en Clasina Kemps. Zij was een dochter van molenaar Jan Cornelis Kemps. Gerard Wijnen had samen met zijn broer Jos een tabakskerverij. Hij deed veel voor Asten, Asten hield van zijn burgervader. Op zaterdag 18 mei 1935 werd zijn zilveren jubileum als burgervader gevierd maar vanwege de heersende crisis soberder dan bij zijn installatie. Asten liet dit jubileum niet aan zich voorbijgaan, want alom was er lof en dankbaarheid voor het werk dat haar burgemeester in die 25 jaar verzet had. Peelbelang en Nieuws- en Advertentiebron brachten elk een feestnummer. De halve voorpagina van de Helmondse krant De Zuidwillemsvaart van 5 april was gewijd aan het jubileum en de verdiensten van Wijnen. Het dorp Asten telde toen ruim 6.000 inwoners. Het was voorbereid door een feestcomité onder leiding van schoolhoofd Gerard Remery. De dag van het feest werd om 8 uur begonnen met het uitsteken van de vlaggen en klokkengelui. Tussen een haag van bruidjes werd de jubilaris door de gemeenteraad, het ere- en het feestcomité de kerk ingeleid, waar om 9 uur de plechtige H. Mis begon. In de raadzaal vond om 11 uur de huldiging plaats met aansluitend een receptie tot 1 uur. Om 3 uur brachten de Astense kinderen de burgemeester en zijn echtgenote een hulde en een uur later was het aan de Astense bevolking. In de Molenstraat – nu zijn Burgemeester Wijnenstraat – stelden de Astense verenigingen zich op voor een defilé. Voorop speelde zíjn harmonie St. Cecilia, waarvan Wijnen voorzitter was, gevolgd door de Jonge Wacht, het Jongenspatronaat, de Sobriëtasclub, de K.J.V. en de R.K. Boerinnenbond. Fanfare Sancta Maria uit Ommel ging vooraf aan voetbalvereniging N.W.C., de R.K. Jonge Boerenstand, de R.K. Middenstandsbond en de R.K. Boerenbond. De laatste vrolijke noten werden geblazen door de Heusdense fanfare St. Antonius met in hun kielzog de R.K. Werkliedenvereniging St. Jozef en het R.K. Astens Mannenkoor. Krijgshaftig sloten de Vrijwillige Landstorm en de Astense Burgerwacht de rij. Onmiddellijk na dit defilé volgde tegenover de burgemeesterswoning de onthulling van de leeuwenfontein, het geschenk van de Astenaren aan hun jubilerende burgemeester. "Een geschenk, dat ingevolge uw uitdrukkelijken wensch zal bijdragen tot verfraaiïng van ons dorp", aldus comitévoorzitter Remery tijdens zijn toespraak. Remery memoreerde in zijn toespraak verder aan de gulheid van de Astenaar en verplichtte die naar de toekomst. "Arm en rijk schonk gaarne zijn bijdrage voor de monumentale fontein, die nog in verre toekomst zal getuigen van de hoogachting en genegenheid, waarmede Asten’s volk voor u is bezield. We weten allemaal van de moord in 1944 op de burgemeesters van Asten en Someren. Wat er gebeurd was. Uit wraak voor acties van het Nederlandse verzet liet de bezetter in het laatste oorlogsjaar zeker vijftig eerzame burgers vermoorden, door landgenoten in dienst van de Germaanse SS . Dat lot trof ook de twee Brabantse burgemeesters. Jacob Besteman was in die zaak één van de hoofddaders. Besteman is er in februari 1946 door het Bijzondere Gerechtshof in Den Bosch voor ter dood veroordeeld, een straf die kort daarna in levenslang is omgezet. Hij zat zijn straf van 13 jaar helemaal uit. Een terugblik op de Brabantse burgemeestersmoorden. Het was 14 augustus 1944, de dag voor Maria Hemelvaart, ’s avonds rond een uur of acht. De kosteres van de kerk in Ommel, dorpje tussen Asten en Deurne, had haar ronde gemaakt om te zien of alles voor het Maria-feest in orde was. Toen ze de kerk wilde afsluiten zag ze dat er nog iemand bij het Maria-altaar zat. Het was Willem Wijnen, burgemeester van Asten. Wijnen kwam vaak naar het altaar in de kloosterkerk, altijd ’s middags rond drie uur, na zijn werk op het raadhuis. In de archieven van de missiezusters van het Franciscanessenklooster van Ommel wordt aan de reden van zijn avondlijke bezoek op die 14de augustus een devote invulling gegeven. Wijnen was "misschien" op dat ongewone tijdstip naar de kapel gekomen om Maria deelgenoot te maken van de beklemmende angst, die in hem was en die hij niet kon verklaren. "De dood laat zich dikwijls op afstand voelen", iets als dit werd in Brabant vaak gezegd. Het zou kunnen dat Wijnen voorvoelde wat hem luttele uren later te wachten stond. De burgemeester van Asten wist dat hij al een tijdlang door de Sicherheitsdienst in de gaten werd gehouden. Het waren roerige tijden, zeker voor een burgemeester in oorlogstijd. Wijnen was op zijn post gebleven, om te voorkomen dat de Duitsers een NSB’er op zijn plek zouden zetten. Dat gold ook voor zijn collega Smulders in het buurdorp Someren. Smulders was net als Wijnen, wat je noemt, ’n goeie. Beide burgemeesters hadden zich teweergesteld tegen de verplichte Arbeitseinsatz van mannen uit hun gemeenten. Inwoners van Someren en Asten moesten in Zeeland voor de Duitsers aan verdedigingswerken bouwen. Willem Wijnen zette zich openlijk af tegen de tewerkstelling. Hij schreef in mei 1944 een brief aan de Herrn Fachberater van het Arbeidsbureau in Eindhoven waarin hij meedeelde geen dertig personen te zullen aanwijzen voor de arbeidsinzet. Hij wilde wel aan zijn burgers vragen of er vrijwilligers waren die de Duitsers wilden helpen. Hij schreef erbij dat hij vreesde, dat daarvan weinig resultaat te verwachten viel. Ook Smulders saboteerde waar mogelijk de bezettingsmacht. Hij gaf het verzet gelegenheid om op het gemeentehuis valse persoonsbewijzen te vervaardigen. Hij liet mensen waarschuwen als er razzia’s dreigden. In juni 1944 werd hij zelf opgehaald en met dorpsgenoten zes weken te werk gesteld in Zeeland. Smulders zou in de oorlog nog één keer worden opgehaald. Maar die keer werd dat hem dat noodlottig. In het proces-verbaal van 38 kantjes dat de Koninklijke Marechaussee op 26 november 1945 opgestelde, geeft de SS’er Jacob Besteman, die dan in de strafgevangenis in Arnhem zit, een uitvoerige verklaring over de laffe moord op de twee Brabantse burgemeesters. Besteman was, net als Heinrich Boere die in Aken voor de rechter staat, lid van het Sonderkommando Feldmeijer, een geheime eenheid van Nederlandse SS’ers die in opdracht van de Duitsers "Gegenterror" uitoefende tegen gewelddaden van het Nederlandse verzet. De Duitsers wilden het verzet breken door moorden op NSB’ers of Duitse militairen direct te wreken op burgers. De moorden, ruim 50 in totaal, zijn bekend geworden als de Silbertanne-moorden. De wegen van Boere en Besteman kruisten elkaar bij de Silbertanne-moord op Fritz Bicknese, een apotheker in Breda. Die liquidatie voerden ze samen uit. Besteman opereerde voor de burgemeestersmoorden met andere leden van het Sonderkommando. Op de avond van 14 augustus 1944 ging hij in de Brabantse Peel met een auto op pad om drie "terroristen" van het bed te lichten en dood te schieten. Kort daarvoor waren twee Landwachters in Gemert door verzetsgroepen doodgeschoten. "Er moesten tegenmaatregelen worden genomen", zei Besteman tijdens zijn verhoor. Ze reden eerst naar Asten, naar de ambtswoning van Wijnen. De zoon van de burgemeester deed open. Met drie man stapten de SS’ers naar binnen en liepen door naar de slaapkamer van Wijnen. Wijnen wilde niet mee. Hij zei tegen de SS’ers dat zij hem thuis in Asten maar moesten verhoren. De drie SS’ers grepen hem vast en duwden de man de trap af. Met Wijnen op de achterbank reden de SS’ers door naar Someren, naar de villa van burgemeester Smulders. De vrouw van Smulders deed open, ook ditmaal troffen de SS’ers de burgemeester in pyjama in zijn slaapkamer. De volgende op de lijst was de huisarts die naast Smulders woonde, maar deze bleek niet thuis. Daarop haalde de commandant een lijst uit zijn zak en zei: "Dan zal ik een ander aanwijzen". Dat werd Frans Eijsbouts, ondernemer en goede vriend van Smulders. Eijsbouts had de pech dat hij wel thuis was. Ook hij moest mee voor verhoor in Vught. Eijsbouts zou de moordpartij miraculeus overleven. De propvolle Citroen reed met acht inzittenden weg. Onderweg mopperde de chauffeur dat de wagen te zwaar beladen was. "Straks krijgen we nog stukken aan de auto", zei de man. Die mededeling was afgesproken werk: het was voor de SS’ers het signaal dat ze de plaats van executie naderden. Het viel Eijsbouts op dat de beide burgemeesters stil en bezorgd voor zich uitkeken. "Volgens mij vermoedden zij al het ergste", zou Eijsbouts later verklaren. Plots kwam de auto tot stilstand. De chauffeur vloekte en riep iets over pech. De inzittenden moesten allen uitstappen. Tijdens het verhoor van Besteman zei hij hierover: "Direct na het verlaten van de auto, zijn wij aan het schieten gegaan". Wijnen probeerde nog te vluchten. Eén van de SS’ers liep hem achterna en schoot hem neer. Besteman verklaarde: "Ik heb met mijn pistool enige schoten afgevuurd op die dikke burgemeester. Ik hield mijn pistool op zijn hoofd en borst gericht en zag hem na het tweede schot in de wegberm vallen. Mijn schoten vuurde ik op zeer korte afstand op hem af". Eijsbouts werd in zijn arm geschoten en liet zich voorover vallen in de walkant. Hij hield zich voor dood. Later verklaarde hij: "Ik hoorde boven mij nog schieten, meer dan tien, twaalf keer wel. Ik hoorde de burgemeesters rochelen en kreunen. Toen werd het stil". Tegenover de marechaussee zei Besteman eind 1945 dat hij, los van de moorden in Asten en Someren, verder niemand had omgebracht. Dat was een leugen. In juli 1944, slechts vier weken voor de moord op de burgemeesters, had hij met Heinrich Boere apotheker Fritz Bicknese achter de toonbank van zijn apotheek doodgeschoten. Burgemeester Wijnen was geliefd in Asten... helaas kwam Willem op deze manier om het leven. Hierboven zie je de foto gemaakt op hun trouwdag met links naast Willem de moeder van zijn vrouw. Willem kreeg samen met zijn vrouw Carolina, vier kinderen. Zijn echtgenote raakte zwaar gewond tijdens de bevrijding van Asten en stierf ruim een maand na de dood van haar man Willem.



MARTIEN VAN DUREN


Nee hij kwam niet uit d'n Himmel, maar ik heb van de mensen van vroeger niet echt 'n levensloop meer dus ga ik nu oon van bekende en minder bekende Astenaren wat schrijven. Vandaag dus over de man die wij kennen als "vun Dure". Hij was in Asten de jachtopziener, dag en nacht bereikbaar en als er iets gebeurde in ons dorp wat in zijn straatje gebeurde. Hij was herkenbaar als de man met het groene jagershoedje op en de pijp in de mond. Hij werd geboren op 5 maart 1908, Hij trouwde op 5 november 1931 met Dina Emons. Martien was afkomstig Wanrooij, daar zijn ze ook getrouwd. Ze kregen vier kinderen, Bertha de oudste trouwde met Wim Nuijten, Dora met Jan v.Deursen, Toon met Jo Kanters en Toos met Jan Bekken. Martien was 25 jaar de jachtopziener van Asten en daarna nog 25 jaar bij de gemeente Asten als werkleider van de GSW-ploeg. In 1931 kwam hij naar Asten waar ik in dienst trad van de firma Daamen uit Eindhoven die had 'n grote boerenpacht voor de jacht in Asten. Martien kwam uit 'n gezin van boerenafkomst en was wel bekend met het stroperswerk. In Wanrooij woonde de familie van Duuren achteraf en stropen werd niet alleen gedaan om lekker te eten maar ook om 'n centje bij te verdienen. Zo'n gevangen of geschoten haas leverde al gauw 2 gulden op. Er is zelfd 'n gezegde van vroeger wat helemaal bij Martien paste... "de beste jachtopziener moet het vak als stroper hebben geleerd". Rondom Asten waren er vroeger wel 20 jachtopzieners die allemaal de wettelijke status van Rijksveldwachter hadden. Ze waren dus eigenlijk niet alleen jachtopziener maar moesten ook de plaatselijk politie helpen en assitentie verlenen daar waar nodig was, ze hadden dan ook de bevoegdheid om processen verbaal uit te schrijven. Er zullen van vroeger zeker nog wel mensen zijn dit dit ooit van hun vader hebben gehoord of misschien zelf wel ooit van van Duuren 'n prent hebben gekregen want martien schreef er wel zo'n 2400 stuks uit in die 25 jaar. Martien was 'n man die altijd alles netjes bijhield over het wel en wee van zijn beroep. Hij heeft zeker 52 keer 'n jachtakte ontvangen en in de tijd dat hij jachtopziener was heeft hij... letwel: 14.000 stuks wild geschoten. Martien van Duuren vertelde hier ooit over: Vroeger hielden de beesten alles zelf in stand maar met de komst van het landbouw gif en door de versturing van de natuur veranderde dat snel. Ook vertelde hij dat het vroeger vaak 'n sportieve strijd was tussen de stroper en de jachtopziener maar later veranderde dat en werden mensen beschoten, dan was de lol van het vak er snel af. Van 1938 tot 1956 woonde hij op de Diesdonck vlak bij de directeur van Picus waar hij lange tijd in dienst van is geweest. Daarna kwam martien tot aan zijn pensioen bij de gemeete waar op zijn fiets, in dienst van de gemeente meer als 4000 kilometer heeft moeten fietsen. Hij verzorgde o.a. de voering van de beesten aan het hertenkamp en werd hij vaak ingeschakeld bij de bestrijding van muizen en ratten. In 1957 kwam Martien met zijn vrouw in de Anjerstraat wonen. Martien z'n vrouw is overleden op 28 maart 2004, ze was toen 95 jaar oud. Martien is 5 jaar eerder overleden, op 17 maart 1999. Jachtopziener Martien van Duuren was toen 91 jaar.



JAN BOSCH (41)


Jan Bosch geboren 16 april 1908, eigenlijk Johan, kwam uit 'n gezin van negen kinderen. Z'n vader verongelukte op jonge leeftijd en omdat er toen niet veel aan sociale voorzieningen was, was het vaak leven in armoede. Jan kwam als zoveel kinderen uit 'n peelwerkers gezin. Hij ging werken toen hij 12 jaar oud was bij "dun IJzeren", de ijzergieterij op de weg naar Ommel. Zijn loon was toen, schrik niet, 8 cent per uur. Maar hij moest ook nog 50 uur per week werken. Het was vuil werk dat weet ik want onze Sjaak werkte ooit bij van der Velden in d'n Himmel en die kwam altijd zo zwart als roet thuis. Toen Jan de opdracht kreeg om paardendrollen op te rapen die gebruikt werden bij de fabriek voor kernzand, weigerde hij en dat koste hem z'n baan. Hij solliciteerde bij de strohulzenfabriek van van Goch en Bakermans, toen nog in de Fabrieksstraat... nu Julianastraat, waar hij ook werd aangenomen. Toen hij trouwde werkte hij daar. Hij trouwde met Stien Prijs op 12 januari 1933, die 3 jaar jonger was als Jan en geboren op 31 januari 1911. Tussen 1937 en 1939 werd hij bouwer van kazematten die werden gebouwd langs het defensie kanaal in de Peel dat was werken tot in de Rips toe. Op Sluis 13 bij Tjeu Toer leerde hij daarna het vak van stratenmaker dat toen 'n prachtig vak was maar door de technieken van nu, uitstervende is. Tot en met de oorlogkon hij het hoofd zo boven water houden met zijn gezin door af en toe wat te kunnen "karweien". Hij had geluk dat hij bij een van z'n werkjes, bij cafe de Wit, werd opgemerkt door de gemeentesecretaris die vroeg of hij misschien bij de gemeente wilde komen werken want daar konden ze nog wel 'n goeie stratenmaker kunnen gebruiken. Hij werd er aangenomen maar wilde wel weer weg toen na 'n week bleek dat ze niet het afgesproken loon betaalden. Burgemeester Ploegmakers greep zelf in en alles kwam goed. Bijna dertig, tot aan zijn pensioen, bleef hij daar werken, en wij Himmelnaren kennen hem daar nog heel goed van... Ik zie hem nog op z'n knieen door het zand kruipen toen eindelijk de weg van d'n Himmel richting Voordeldonk werd vernieuwd... de oude "taarweg" werd vervangen door klinkers die er "èèn voor èèn" door Jan werden werden "ingetimmurd". Jan vertelde ooit dat Asten de slechtste klinkers voor de wegen had want ze kochten, door bezuinigingen, de goedkoopste maar ook slechtste klinkers op. Jan had ook hobby's... zo was hij vroeger een van de steunpilaren van NWC 1, de Astense voetbalclub. Ook was Jan ooit lid van de harmonie. Wat ik nooit heb geweten is dat Jan Bosch ooit in 'n orkest speelde, hij speelde bij de Astoria Band waar ook de gebroeders Wilbers in speelden. Jan en Stien, die jarenlang in de Hemel woonden, hebben samen met hun familie hun 50 jarig huwelijksfeest mogen vieren. Jan is overleden toen hij 29 oktober 1990, hij was toen 82 jaar oud. Ik ken deze goeie man het best als de man die naar zijn werk fietste... de "schup" langs de stang van de fiets gebonden, de boekentas met broodtrommel en drinken achter op de drager... dat was de lange man uit d'n Himmel, dat was Jan Bosch.



TOON VAN LOON (88)

Voor ons bestonden de oudere mensen uit mijn jeugd bij de bekende Himmelnaren. Natuurlijk die mensen die woonden in het achterste gedeelte van onze straat, vanaf Piet Bukkems richting Voordeldonk, het allermeeste. Een van die bekende mensen was Toon van Loon, gemeentearbeider van de gemeente Asten zoals wij er wel meer hadden in d'n Himmel. Toon is geboren in Liessel en samen met z'n ouders kwam hij via 't Vreek rond 1924 naar de Bluijssensbroekdijk. Samen met 'n meisje werkte hij voor boer Hoeben op de Brand wat nu inmiddels allang Venbergweg is. De vonk tussen de boereknecht Toon en het "dienstmeisje" Grarda sloeg over en in zijn ze getrouwd. Ze kwamen wonen in 'n klein huisje dat daar vlak bij de boerderij lag. Ze kregen kinderen maar Toon moest hard werken om alle mondjes te vullen... zeker in oorlogstijd. Nar de oorlog ging dat veel beter want Toon kreeg 'n vaste aanstelling bij de gemeente Asten. Toon was in de jaren iemand die van alle markten thuis was, dat had hij door de jaren heen wel geleerd.. Hij kon goed overweg met het boereleven maar ook veeslachten en zelfs rietdekken was hem niet vreemd. Een brede ervaring op welk gebied dan ook kwam hem goed van pas in de oorlog toen hij solliciteerd als toezichthouder op de voedselproduktie. Na de oorlog kwamen de huisvestings problemen. Na de oorlog kreeg hij 11 weken onderdak bij Toon van der Steen die later ook zijn buurman werd want de familie van Loon kwam terecht in een van de twee houte bungalows die het Zwitserse Rode kruis aan Asten schonk naast de woning van Toon van der Steen. Men noemde het Chalet, wat het eigenlijk ook was maar wij noemde het "un hawte keet". Ze hebben daar zo'n 20 jaar gewoond op Hemel 88, alvorens ze vertrokken naar de bloemenwijk net als wij. Ze kwamen wonen op Anjerstraat 1. We hebben Toon van Loon vaak langs ons zien fietsen toen ze in d'n Himmel woonden, als hij naar zijn werk ging of er van terug kwam. Ook kende wij zijn kinderen goed die net als wij vaak in de bossen en het liender te vinden waren. Toon had acht kinderen, gelijk verdeeld, vier jongens en vier meisjes. Ons moeder en Grarda kwamen vaak bij elkaar en op latere leeftijd gingen ze vaak bij elkaar buurten, Toon, Grarda, onze vader en ons moeder. Toon is geboren op oudjaarsdag 1910 en is overleden op 3 jan 1999, hij was toen net 88 jaar geworden. Toon was echt "unne gezellige mens, uit ut goei hawt gesneeje"....



BERT HOEFNAGELS (26/27)


De mensen van vroeger weten het nog wel wie Bert Hoefnagels was want het was een van de grootste gezinnen in d'n Himmel. Bert is van 'n echte Astense familie, de Hoefnagelsen want men kwam die naam al tegen in 1680 en eerder, zo rond 1400 bleek de naam al voor te komen in Gemert. Bert z'n vader, Toon Hoefnagels, woonde samen met vrouw Lena Hoefnagels - van den Berkmortel in de Wolfsberg, zo ongeveer op de hoek van de Wolfsberg en de Hoogstraat. Bert was de vierde in het gezin Hoefnagels dat bestond uit allemaal zonen. Op de kermis in Meijel leerde Bert zijn vrouw kennen, Marie Cauven uit het Limburgse Helden-Panningen. Vroeger gebeurde dat bijna altijd dat men kennis kreeg met iemand op 'n kermis. Na hun huwelijk, in 1936, gingen ze in de Kerkstraat wonen... Toch woonde het gezin de langste tijd in d'n Himmel. Eerst langs Doruske Leenen op 26 en later verhuisde ze naar de andere kant van de weg, niet ver van nummer 26 vandaan naar nummer 27. Tot aan de midden jaren zestig had het grote gezin het niet breed maar dat ken ik ook want dat was bij ons thuis ook het geval. Houtbewerken was een van de hobby's van Bert, maar ook fietste hij graag... Voordat Bert met pensioen ging had hij net als zoveel mensen uit d'n Himmel, ook mijn vader, bij de Vlisco in Helmond gewerkt, Bert zelfs 22 jaar. Bij de familie Hoefnagels woonde ook moeder Cauven, de moeder van Marie tot aan haar dood, 22 jaar werd die liefdevol verzorgd. De familie Bert Hoefnagels had volgens de geboortelijst 15 kinderen maar op de foto staan er 14, wat precies waar is weet ik niet. We weten misschien allemaal nog wel het programma van Henny Huisman waar Bert en Marie werden verrast toen alle kinderen aanwezig waren in de studio, wat Bert geweldig vond. Bert Hoefnagels is overleden op 25 februari 1996, hij was toen 84 jaar oud... "Unne môie mens was het"....



MARINUS ENGELEN (40)

De oudere onder ons kennen hem wel van "dun ankoper van de lijne bluumkus". Marinus kocht de bloemen van de Lindeboom in, je kreeg er niet veel voor maar 'n paar dubbeltje par zak had je toch al gauw. Marinus was geboren op 20 november 1888. Hij getrouwd met Maria (Miet) Haazen, die woonde op de Achterste Diesdonk in Asten, Marinus zelf kwam van Someren, zijn ouders woonden in de Kommerstraat. Ze hadden daar 'n winkel, 'n soort supermarkt want ze verkochten er werkelijk van alles en nog wat. Ze verkochten niet alleen in de winkel maar ook ging men "uitventen", langs de deuren verkopen en daardoor leerde hij mensen iets moest verkopen, veelal langs de boerderijen... hij reedt dan langs de deuren met zijn ponykar met 'n ruime sortering artikelen, huishoudelijke maar ook eetbare. Daar komt ook het woord "hij ging dun boer ôp" vandaan. Dit zou Marinus later goed van pas komen. Zijn vrouw Maria leerde hij kennen in Heusden toen hij op zoek was naar turf. Dat was toch wel even iets anders, hij vond geen turf maar er was wel 'n vuurtje ontstaan. Nadat hij getrouwd was hebben ze 'n tijd in Heusden gewoond op 'n klein boerderijtje maar het "handelen" zat Marinus in het bloed en hij wilde graag als handelaar voor zichzelf beginnen. Hij ging in Asten in d'n Himmel wonen waar hij ook lang is blijven wonen, "Als Engelen in d'n Hemel kan het hierboven niet beter worden voor ons" zei hij ooit. Marinus ging met textiel langs de deuren alleen in de crisisperiode werd dat tijdelijk onderbroken en moest ook hij naar de werkverschaffing... voor 12 gulden in de week moesten er 10 mensen gevoed en gekleed worden. In de oorlogstijd werd en veel gehandeld, geruild zodat èn de boeren èn Marinus er baat bij hadden. Ik weet toen ik klein was dat hij de bloesem van de lindeboom kocht, ik denk dat die weer ergens voor nodig waren zoals cosmetica of medicijnen of zoiets. Omdat die bomen vol in bloei stonden rond Asten-kermis en wij in d'n Himmel lindebomen voor het huis hadden staan, hebben veel kinderen uit de buurt lindbloemetjes geplukt en aan Marinus verkocht... je had dan mooi wat extra kermisgeld als jongen van 10 of 12 jaar. Toen naast hem de ijzergieterij verdween kwamen daar huizen staan en naast hem kwam een van zijn zonen wonen, Piet Engelen. Soms woonden ook een van zijn kinderen in de houten barak achter hun huis. Marinus en Miet hadden samen negen kinderen. Marinus is over leden in 1973... hij werd 84 jaar oud.



TINUS CORTENBACH (59)

Tinus Cortenbach was jarenlang onze buurman, hij woonde zelfs eerder in de Hemel als dat wij er woonden. Tinus was 'n zoon van Toon Cortenbach en Maria van Helmond. Hij werd geboren op 7 Oktober 1906 en woonde met z'n ouders in het eerste huisje van de "vijf gebooi" Emmastraat 50. Zijn vader is overleden toen Tinus nog maar vijf jaar oud was op 55 jarige leeftijd. Hij was van beroep klompenmaker. Ze bleven lange tijd op dit adres wonen, de kinderen Cortenbach met hun moeder. Tinus en z'n moeder verhuisden later van de Emmastraat naar de Hemel dat toen nog de oude huisnummers droeg nummer 33. Tinus kreeg verkering met 'n dochter van kastelein Dorus Maas, met Anna Maas waarmee hij trouwde op 5 mei 1936. Samen bleven ze wonen op Hemel 33 wat later nummer 59 werd. Samen met Anna kreeg Tinus 5 kinderen, vijf zonen, Tonny vernoemd naar opa Cortenbach, Theo, Riny, Gerard en Jan. Anna overleed veel te vroeg in 1944. De zus van Anna, Zus Maas nam de moeilijke taak op zich: het opvoeden en verzorgen van de vijf jonge kinderen van het gezin Cortenbach. Later trouwde Tinus voor de tweede keer nu met Corry Zwartjes, ze kwam uit het dorpje Malden waar ze op 18 januari 1915 was geboren en de trouwdatum voor de kerk was op 11-11-1947. Tinus werkte vroeger net als mijn vader bij Sjang Hoefnagels, de Drie Kronen waar hij o.a. suikerwerk maakte. De foto is er eentje toen Tinus nog niet zo oud was... "we hebbe dur unne goejen buurman an gehad".. Tinus is overleden op 10 april 2000.



WILLEM VAN BOMMEL (42)

Willem van Bommel ken ik als de rustige man die weduwnaar was en bij zijn dochter en schoonzoon woonde in het huis waar hij zelf al jaren woonde. Willem van Bommel is in Deurne geboren op 15 mei 1883 als zoon van Pieter van Bommel en Gertruida Maas. Hij trouwde op 23 april 1909 met Wilhelmina (Mina) Rijnders. Mina was geboren in Asten op 13 juni 1882 als dochter van Willem Rijnders en Anna Linders. In 1910 gaan ze samen wonen in 'n huis in de Emmastraat, een van de "vijf gebooi" op huisnummer 52. Het is het tweede huisje in de rij van vijf als je vanaf de Markt door de Emmastraat rijdt. Eind 1915 verhuizen ze naar Deurde. Later komen ze wonen in het huis in de Hemel in Asten... Willem en zijn vrouw Mina hebben samen zeven kinderen: Miet, Mien, Anna, Piet, Truus, Toon en Jan. Toon en Jan zijn 'n tweeling. Nadat zijn vrouw Mina is overleden blijft Willem bij zijn dochter Mien in huis wonen die het huis heeft overgenomen samen met haar echtgenoot Jan van Schaijk, "hij há ut dôr goe". Ik kan me hem nog heel goed herinneren, de rustige man die door de prachtige tuin liep en af en toe voor het huis stond te kijken naar de mensen die voorbij kwamen. In het huis woont nu zijn kleindochter Petra Gabriels - van Schaijk. Toen hij ziek werd ging hij hoopvol naar Bakel om er te genezen... helaas ontwaakte hij niet meer uit zijn slaap, Willem van Bommel is overleden op 18 januari 1963, hij werd 79 jaar oud. "Willem van Bommel, unne goeie rustiggen Himmelse mens".



Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu