himmels-foto.nl


Ga naar de inhoudsopgave

Wie Is

EKSTRA



DEKEN MOUSSAULT


Deken/pastoor Moussault was nog maar 66 jaar oud toen hij plotseling stierf. Hij was in Alkmaar geboren op 10 april 1861, hij kwam uit 'n groot gezin. Zijn ouders waren Johannes Franciscus Moussault en Maria Anna Susanna Beukman. Hij werd Bart genoemd en toen zijn familie van Alkmaar naar Brabant verhuisden wist hij al dat hij geroepen was voor het priesterschap. Hij was 'n jonge student, had veel vrienden en zat vol grappen en humor. Hij ging naar het Klein Seminarie, "Beekvliet" in Sint Michiels-Gestel en daarna naar het Groot Seminarie in Haeren. Hij was geliefd onder zijn medestudenten en ook bij de professoren die hem les gaven. Hij werd priester gewijd op 30 mei 1885 en werd al snel aangesteld als studie-prefect op het kleinseminarie. Gelukkig werd hij in 1889 overgeplaatst van het priesterseminarie naar de afdeling "ziel-zorg". In december 1989 nam kapelaan Moussault zijn intrek in de pastorie van het Heike in Tilburg. Die parochie had de grootste zustercongregatie en het huis in Asten had: Sint Bartholomeus, een van de parochieheiligen van Bart Moussault. Jarenlang was hij de onderrichter van de kathechismus en was Moussault de plaatselijke geestelijke in Asten in "ut Klôster". Hij was toen altijd bereid om met moeder overste te overleggen welke wegen er bewandeld moesten worden. Op 3 maart 1905 kreeg hij in Asten 'n vaste aanstelling als pastoor van de parochie O.L.V. Presentatie. Hij was ook de geestelijk adviseur van de Geheelonthoudersvereniging in Asten die was opgericht in 1906. Later wordt hij deken in Asten. In 1925 werd er in Asten geld ingezameld voor een cadeau voor Bartholomeus Moussault, bij zijn 40 jarig priesterschap, 'n prachtig heilig Hartbeeld dat komt staan op het Koningsplein en dat op 30 mei aan hem werd aangeboden. Dan wordt de deken ziek, in de Tilburgsche courant van 16 februari 1927 wordt gemeld dat Bartholomeus Theodorus Moussault stervende is en in dagblad De Tijd van 21 februari 1927 is hij weer wat opgeknapt. Daarna meldt dagblad De Tijd van 24 februari 1927 een verslechtering en op 17 maart 1927 meldt diezelfde krant dat deken Moussault voldoende hersteld is om de Heilige Mis op te dragen. Op 7 juli 1927 is de deken plotseling overleden. In Asten is 'n prachtig parkje vernoemd naar ambitieuse deken Moussault. In juli 1927 wordt Henricus Wilhelmus Meijer zijn opvolger. Deken Moussault was 'n priester naar Gods hart, bemind bij de Astenaren en de mensen die hem gekend hebben. Op de foto onder toen de kist de kerk werd uitgedragen bij zijn begrafenis.



JOHANNES VORSTERMANS

Johannes Vorstermans is 'n bekende persoon voor ons Astenaren maar vooral de mensen uit Asten-Heusden. Hij werd geboren in Heeswijk op 12 juli 1891. Hij volgde in zijn jeugdjaren de studie voor onderwijzer. Hij slaagde hiervoor, onderwijzer en hoofdacte en werd onderwijzer in Helmond. In 1916 kreeg hij 'n aanstelling in Asten aan de openbare lagere school. Op 14 augustus 1918, na de oorlog van 14/18 werd hij benoemd tot hoofd bij de oprichting van een gemangde lagere school in Asten-Heusden. Vanaf dat jaar, tot december 1966 gaf hij alles wat hij in zich had aan het onderwijs in Heusden en deed alles aan de opvoeding van de jeugd van de parochie Sint Anthonius in het kerkdorp. Hij was hoofd en opvoeder zoals men dat noemdeen ook buiten de schooluren was hij onvermoeid bezig met de Heusdense gemeenschap, biojgestaan door zijn echtgenote. Dhr Vorstermans was vaak de stuwende kracht en animator achter de vele verenigingen, soms als bestuurslid maar ook vaak achter de schermen was hij voor de diverse verenigingen in het dorpje bezig. Om maar enkele dingen te noemen: hij was direkteur van het parochiele zangkoor, bestuurslid van het Wit-Gele Kruis, hij was secretaris van de Fanfare waar hij in 1945 erelid van werd. Ook was hij secretaris van de R.K. Staatspartij en de K.V.P., technisch adviseur van de Boerenbond en de R.K. Jonge Boeren en ook nog penningmeester van de Eierbond. Zijn lessen op school was niet het enige, hij gaf buiten schooltijd cursussen in land- en tuinbouwkennis, eerst bij de oudere boeren en later voortgezet aan de jongeren. Al zijn collega's bestempelden hem als 'n uitstekend hoofd der school en prettig in omgang. Hij had 'n groot verantwoordelijksheidbesef en dit eiste hij ook van anderen. Te samen met zijn echtgenote heeft hij de Heisdense bevolking gevormd tot goede, christelijke mensen en e waren altijd het aanspreekpunt als er problemen waren, wat die dan ook mochten zijn. Heuden had er echt "unnen hille goejen an".... Op 1 januari 1956 ging hij met pensioen en de Heusdense mensen hebben het betreurd dat ze hem niet dat afscheid konden geven waar hij zoveel recht op had, want mister Vorstermans was ziek. Ze hadden hem zo graag in het zonnetje willen zetten voor alles wat hij voor Heusden heeft gedaan, hij was van onschatbare waarde geweest voor het dorp en hij was de grote man achter het onderwijs in Heusden. Hij vertrok vanuit Heusden naar Huize Sint Norbertus te Gennep waar hij steeds onder dokterscontrole stond. Helaas kon hij zich niet veel bewegingsvrijheid veroorloven en eigenlijk niet genoeg van zijn pensioen kon genieten waar hij zoveel recht op had. Zijn heengaan heeft in Heusden veel indruk gemaakt en ze zullen hem zeker nooit vergeten. Het gemeentebestuur van Asten hebben later besloten om ternagedachtenis aan deze geweldige man het plein in het hartje van Heusden naar hem te vernoemen, "'t Vorstermansplein". Iets wat deze man dubbel en dwars verdiende. Heusden verloor 'n man die geboren was in Heeswijk maar 'n echte Heusdenaar was geworden.



CAREL AARTS

Nee, ik heb hem zelf ook nooit horen vertellen, maar als ik de mensen moet geloven was hij de man die vroeger in Asten de sterkste verhalen kon vertellen... daarom mocht iedereen hem ook, hij behoorde bij de bekende Astenaren en was 'n graag gezien man in ons dorp, Carel Aarts. Hij werd geboren op 27 mei 1888 in ons kerkdorpje Heusden. Hij trouwde met Petronella Hoebergen op 23 januari 1914. Carel begon "vur zun eige" toen je nog 'n boerderij kon kopen voor 1000 gulden, maar ja, tijden veranderen. Voor weinig geld begon hij 'n cafe en timmerwerkplaats. Hij heeft in zijn leven heel wat turf laten steken.. veel Astenaren werkten als turfstekers in de Peel, maar Carel deed aan handelen en heeft heel wat turf vervoerd en verhandeld. Op 'n gegeven moment had hij zelfs zeven mensen in dienst, mensen die voor hem werkten. De oorlog van 1914-1918 gooide roet in het eten want hij werd opgeroepen voor de mobilisatie waar hij drie jaar aan vast zat maar hij kreeg wel geregeld landbouwverlof. Carel verdiende goed geld met handelen in het grensgebied met Duitsland, de Duitse mark zakte snel in waarde en daar werd toen veel gebruik van gemaakt, boerenkarren werden goedkoop opgekocht en duur verkocht, wat goed geld opleverde. In 1920 kocht Carel zijn eerste 1-tons fordje en daarmee vervoerde hij turf en de "terugvrachten" waren vaak stro, stenen en pannen. In de crisisjaren ging het slecht en moest Carel alle zeilen bijzetten om aan de kost te komen. Later vervoerde hij nog turf voor de gemeente Deurne en ging turf ventte, maar soms moest hij meer als tien dorpen af om zijn 3000 turven verkocht te krijgen. In 1935 werd hij kastelein van 'n cafe aan de Emmastraat, cafe de Kroon. Maar dat "lag" Carel niet zo... hij ging liever de baan op, hij vervoerde stro naar Uden en Veghel en kon retourvrachten meenemen via de CHV voor bedrijven in Asten en omstreken. Cafe de Kroon is overal bekand geworden (kleine foto is van later toen het disco was), en de verhalen van Carel kende de mensen uit Asten allemaal wel maar ook ver daarbuiten werd vaak gesproken over Carel Aarts uit Asten... 'n man die kon vertellen "as Brugman", gezellige smeuige verhalen. Zoals de peelpuist die hij had meegebracht uit de Peel... Die had al drie dagen in de kachel gebrand en toen vloog er volgens de verteller "nog unnen uul uit"... Carel en zijn vrouw kregen vijftien kinderen, waarvan er eentje vlak na de geboorte overleden is. Asten heeft genoten van deze kastelein, turfhandelaar en verhalenverteller. Het cafe van Aarts werd overgenomen door zijn dochter Mien die getrouwd was met Thomas Zegers... Het cafe met zaal is er nog alijd, Emmastraat 40 in Asten. Carel Aarts is overleden op 11 januari 1969, zijn vrouw 'n maand later.



TURE EIJSBOUTS

Wanneer we het hebben over Eijsbouts dan begint het bij mij al gauw over d'n Brouwer en de Klokkengieterij. Hier heb ik het vandaag over de grote man achter de klokkengieterij. Bonaventura Eijsbouts was de man achter de klokkengieterij. Hij werd geboren op 13 juni 1847 en was horlogemaker van beroep. Z'n vader Johannes Eijsbouts was landbouwer maar ook gemeenteontvanger en getrouwd met Maria Slaats en ze hadden drie zoons... Theo (Tidder) werd bierbrouwer, Jantje, werd uiteindelijk cafehouder en Bonuventura (Ture) werkte eerder op de boerderij maar prutste liever met klokken. Hij vervoerde in de winter turf... die hij naar 'n posplaats bracht aan het kanaal. Maar hij gaf er de brui aan en vroeg aan een van de schippers of hij mee kon varen en kwam terecht op de Brabantse Turfmarkt in Delft... daar kwam hij in contact met 'n horlogemaker en bood zich aan als knecht en leerde op die manier het vak. Hij trok veel op met Krijn Krijnen Uiteindelijk werd Ture meesterhorlogemaker. Af en toe reisde hij nog naar Asten en moest hij op die reis overnachten en dat deed hij bij de familie van zijn vriend, bij de familie Krijnen in Klundert. Hij werd verliefd op de zus van Krijn, Catharina Krijnen, trouwde later met haar en nam haar mee naar Asten. Ture werkte eerste nog 'n tijdje in 'n trouwringenfabrikeje in Gemert en kon zich later vestigen in Asten als juwelier en horlogemaker. Het washuis van zijn vrouw werd zijn eerste fabrieksgebouw. In 1879 maakte hij er zijn eerste torenuurwerk wat hij verkocht aan Spakenburg. Hij kreeg meer opdrachten en dat resulteerde in het aantrekken van zijn eerste medewerker. De eerste jaren waren best moeilijk voor Ture, in 1883 verbeterde hij de constructie door de aanwending van 'n constante kracht en 'n kettingsysteem. Het was niet makkelijk om in die tijd torenuurwerken te maken en deed hij verschillende dingen om zijn boterham te verdienen... denk hierbij aan naaimachines en fietsen verkopen. In november 1889 bouwde hij 'n stenen gebouwtje achter het huis maar daar moest 'n bouwvergunning voor worden afgegeven. Hij noemde zich toen maar, om die vergunning te krijgen, horlogemaker en fabrikant van torenuurwerken. Het ging steeds beter en hij werd steeds vaker gevraagd om kerkuurwerken te maken, in 1899 kwam zijn 200ste uurwerk klaar. Samen met zijn zoon Johan bracht hij Eijsbouts torenuurwerken ten bloei... Ture was 'n begaafd technucus en Johan beschikte over 'n goede handelsgeest. Ture Eijsbouts en zijn vrouw Catherina kregen samen zeven kinderen...Maria, Catharina, Johanna, Adrianus (Johan), Huberta, Adriana en Gerardus. Het krantenknipsel is uit 1912. Hij is overleden op 18 april 1920, hij was toen 72 jaar oud. Nog altijd bestaat het bedrijf waar Bonuventura de grondlegger van was, in de volksmond spreken wij nog altijd van "bij Tures".



HARRY VERDIJSSELDONCK


Bij Harrie hoef ik eigenlijk niet heel veel uitleg te geven, hij was overal bekend, in elk hoekje in ons dorpje Asten, waar hij alles van af wist, maar ook bekend ver buiten Asten. Wie was Harry? Harry is op 30 oktober 1936 als 3e in een gezin van 4 kinderen in Asten geboren. Zijn vader was fietsenmaker. Na de kleuter- en jongensschool en één jaar Mulo is hij in september 1948 op het Missiehuis Christus Koning aan zijn studie begonnen en stopte daarmee in 1950. Later heeft hij nog de Mulo gevolgd en is daarna, zoals hij het zelf altijd zei: in het interessante grensdorp Baarle - Nassau – Hertog de "kweekschool" gaan volgen. Via zijn oom in Heusden begon zijn onderwijzersloopbaan. Via Waalwijk kwam hij in Breda terecht, waar hij overdag lesgaf en ’s avonds de kunstacademie volgde. Na Asten en Amsterdam is hij weer naar zijn geboortedorp Asten verhuisd waar hij van 2 wevershuisjes kocht, twee van de vijf gebooi, en waar hij èèn woning van maakte. Naast zijn schoolwerkzaamheden zette Harry zich voor vele zaken in zoals het opzetten van een documentatiecentrum, het runnen van een schoolkrant enz. Ik weet dat hij leraar was aan de Bonifaciusschool. Hij had 'n hele verzameling kerstgroepen waar hij ontzettend trots op was. Ook schreef hij stukken in het Astens Weekblad: "Aaste Vruuger". Hij vertelde ooit tegen mij dat hij geen computer had, die ook niet wilde, maar wat ik op mijn pc heb staan aan tekst, dat had Harry in z'n hoofd zitten. Als ik ooit iets niet wist hoefde ik Harry maar te vragen. Na zijn pensionering schreef hij die oude stukjes in plaatselijke en regionale dagbladen stukjes over oud Asten, hij heeft meegewerkt aan een herdenkingsboek t.g.v. het 100-jarig bestaan van de parochiekerk. Hij gaf ook rondleidingen, gaf nog les en ging handwerken exposeren. Onderwijl ontwikkelde hij een bijzondere hobby, namelijk het verzamelen van allerlei exotische voorwerpen, meestal van religieuze aard, en, zoals ik al zei, zijn beroemde kerstgroepen. Hij bezat honderden kerstgroepen uit allerlei landen, van allerlei materialen en van verschillende tijden. In de Kersttijd exposeerde hij deze in diverse musea. In het begin dat ik me had aangesloten bij de groep van "fotoherkenning", waar ik nog steeds bij ben, daar heb ik Harry ook weer ontmoet... "ze han dur unne goeien an want hij wis bekant allus".... Mochten er mensen die die hem misschien toch niet kennen? Harry was die man met die gekke fiets. Een paar weken voor zijn overlijden zag ik hem nog op de parkeerplaats van de Aldi, vlak bij Harry zijn huis en hij vertelde toen dat hij 'n operatie moest ondergaan waar hij geweldig tegenop zag. Dat was het laatste wat ik nog kon zeggen: "Harry ik ken iemand en die ook zo'n operatie heeft moeten ondergaan en die is weer helemaal de oude geworden", dat was niet gelogen en dat deed hem wel goed, hij toverde weer 'n glimlach op z'n gezicht. Na zijn reis naar Colombia werd in december 2018 bij hem hartfalen vastgesteld, daarvoor moest hij worden geopereerd. Helaas heeft Harry het niet kunnen overleven... "Aaste vurloor ôp dien dag unne geweldiggen Aastenaar", ik ben blij hem te hebben gekend. Op 23 maart 2019 heeft vanuit zijn Astense parochiekerk, waar hij zo trots op was, de kerkelijke uitvaart plaatsgevonden. Rest dit nog: "bedankt Harry wa dèddege vur Aaste het gedoa".



DRIES KUIJPERS


Dit keer iemand uit Ommel, Dries Kuijpers... je weet wel die midden in Ommel woonde, er 'n bakkerij met winkel had maar ook 'n cafebedrijf. Ik ben er vroeger wel binnen geweest, toen wij als jonge jongens nog te voet naar Ommel gingen op bedevaart. Mensen die al wat ouder zijn weten dat ook allemaal nog wel, ook dat cafe/bakker Kuijpers er was. Hij werd geboren als Andries Kuijpers op 13 maart 1906 in het Limburgse Nederweert. Later woonde ze ook nog in Ospel. Zijn ouders verhuisde naar Ommel waar zijn vader 'n bakkerij annex cafebedrijf begon, op de hoek van de Kloosterstraat en de Jan van Havenstraat. Vanaf zijn trouwen met Ida Berkvens heeft Andries dit gecombineerde vak uitgeoefend. Dat was niet altijd in het oude pand van vroeger want in de oorlog werd hun huis plat gebombardeerd en kwam er 'n compleet nieuwe bakkerij/winkel/cafe/woonhuis staan. Eerste was er nog 'n noodoplossing, Dries bakte zelfs brood in de openlucht nadat mensen uit Ommel hadden geholpen om de gebombardeerde oven weer opgang te krijgen. Zie foto onder, Dries op de puinhopen bij zijn oven waar hij brood aan het bakken was. In 1950 was het nieuwe gebouw klaar. Dries had ook hobby's en die bestonden voornamelijk uit muziek. In 1925 werd hij lid van de fanfare. Hij bleef 60 jaar lid van de fanfare in Ommel, eerst als muzikant en later als commissaris, en kreeg hiervoor in 1980 'n Koninklijke onderscheiding. Ook heeft hij zich jarenlang ingezet voor de Bond van Ouderen. Maar er is nog 'n verhaal over Dries Kuijpers. In 1940 was hij zo ernstig ziek dat voor zijn leven werd gevreesd. Hij was zelfs zo ziek dat de pastoor die vaak op bezoek kwam naar de dirigent van de fanfare stapte om alvast de "kerkelijke treurmarsen" in te studeren. Maar pastoor Vogels gaf wel aan dit niet in het toenmalige repetitielokaal bij Eijsbouts te doen omdat het tegenover de woning van Kuijpers lag, dit zou het moraal van de zieke Dries alleen maar aantasten. Toen de luiken van huize Kuijpers 'n paar dagen gesloten bleven was het verhaal snel rond in Ommel... bakker/kastelein Kuijpers was opgestegen naar de Heer. Dan komt het mirakel van Ommel wat ik nooit heb geweten... Ter bescherming voor het oorlogsgeweld moest het Byzantijnse beeld van Onze Lieve Vrouw van Ommel, van Asten naat Vlierden worden geevacueerd. Pastoor Vogels wilde dit zelf doen... onderweg kwam hij naast het huis van Dries Kuijpers en legde daar even aan, de pastoor legde het beeldje bij de zieke Andries. Het wonder geschiede, vanaf dat moment is de genezing begonnen, enkele weken later was Dries weer opgeknaps, weer werkzaam in de bakkerij en bezocht hij weer de repetities van de fanafare. Daar moest hij wel constateren dat in de muziekklappers van de muzikanten nog steeds de bladmuziek zat van de treurmarsen. Dries Kuijpers was 'n man die zich in heeft gezet voor de medemens. Hij verhuisde later naar Bartholomeus waar hij zich snel thuisvoelde. Ommel heeft er 'n prima inwoner aan gehad... Dries is overleden op 3 november 1986, hij was toen 80 jaar oud.



DORUS MAAS


Waarom ik deze keer koos voor Dorus Maas? Gewoon omdat het de schoonvader was van onze buurman van vroeger uit d'n Himmel, Tinus Cortenbach en omdat hij bekend was in Asten als de cafehouder op de hoek van de Wolfsberg en de Bergweg. Dorus is in Someren geboren op 29 januari 1879 maar toen hij 'n jaar of drie was kwam hij met z'n ouders naar Asten wonen. Dorus werkte in zijn leven op verschillende plaatsen maar veelal als turfsteker. Ooit werd hij in Drente aangenomen als paardenman maar men wist toen niet dat hij in de Peel 'n reputatie had opgebouwd als turfgraver. Toen hij heel onnozel toch maar turf ging steken keken de mensen de ogen uit, ze wisten daar niet dat hij daar zo goed in was, want hij stak 102 stok per week plus nog het uitvaren erbij, en dat is 102 keer 264 turven. Hij kreeg toen al meteen veel hoger loon. Hij heeft trouwens ook turfgestoken in de Horster Peel. Als paardeman kwam zijn opleiding hiervan in Heusden goed van pas. Dorus heeft jarenlang bij d'n Brouwer gewerkt, bij brouwer Eijsbouts. Voordat de eerste wereldoorlog van 14-18 uitbrak werkte hij nog voor de plantsoenendienst van de stad Krefeld in Duitsland maar Dorus voelde wel dat er 'n oorlog aan zat te komen en keerde tijdig terug naar Nederland. Behalve het turfsteken, bierbrouwen, paard en wagen rijden verdiende Dorus goed geld met het lossen van schepen. Later zocht hij ook wel wat lichter werk zoals seizoenarbeid bij de kasteelheer als tuinman, iets wat hij vele jaren zo heeft gedaan. Hij is getrouwd met Betje Segers op 31 mei 1909. Betje was geboren op 8 januari 1888, ze was 9 jaar jonger als Dorus. Ze namen in 1926 namen ze samen het cafe over van de vader van Betje, bijgenaamd "Rooi Toontje" en werd het cafe Dorus Maas. 12 jaar daarvoor was het cafe in vlammen opgegaan en daarbij was de moeder van Betje omgekomen. Vroeger al toen Toontje Segers de zaak nog dreef was daar de handboogvereniging "de Zwartmikkers" gevestigd. Dorus en zijn medeschutters zag men op zondag naar het cafe lopen met de boog op de rug om er samen te komen om elders te gaan deelnemen aan wedstrijden. Men zag Dorus en zijn vrienden niet graag komen want meestal pikte ze de eerste prijzen mee naar huis. Als team bleken ze bijna niet te verslaan en in Belgie wonnen ze zelfs 'n keer de Nederlandse en Belgische titel plus nog negen prijzen. De handboog lag Dorus goed in de hand, eerst bij de Batavieren, gevestigd bij Hub Knaapen en later ook nog bij Amicitia bij cafe Sengers. Later waren de Zwartmikkers, waar ook onze buurman Tinus Cortenbach lid van was, gevestigd bij het cafe van Dorus Maas, zie foto onder. Een van Dorus zijn grote hobby's was drijven voor de jagers, wat hij 30 jaar lang heeft gedaan. De bevrijding was 'n verhaal apart want toen ze gevlucht waren, maar de bevrijding daar was, bleek hun cafe met woning helemaal weg te zijn. Voor hen kwam er 'n houten noodwoning staan waar ze later in bleven wonen. Dorus en zijn vrouw Betje kregen zes kinderen waarvan er eentje, Zus, trouwde met Jantje Werts en later samen in d'n Himmel kwamen wonen in het nieuwe huis dat Jan had gebouwd naast Hein van der Wallen. Zijn andere dochter Anna trouwde met Tinus Cortenbach die in het huis gingen wonen op Hemel 33, later werd dat huis Himmel 59, waar Tinus toen al met zijn moeder woonde. Zoals je weet kregen Tinus en Anna vijf zonen maar stierf Ánna 'n paar maanden na de geboorte van de jongste zoon. Zus nam toen zolang de zorg op zich bij de opvoeding van de kinderen Cortenbach. In 1959 waren Dorus en zijn Betje 50 jaar getrouwd. Op 2 april 1968 is de vrouw van Dorus overleden en Dorus zelf verruilde het aardse met het Hemelse op 5 augustus 1968, dat was slechts vier maanden na het overlijden van Betje.



OTGERUS (FRITS) DE VENT


Veel mensen zullen hem niet kennen, ik ook niet, maar ik heb genoeg over hem gehoord en gelezen. Ik zal even uitleggen om wie het gaat. Jullie weten allemaal van ons juffrouw op de Voordeldonkse school, juffrouw Bernadine de Vent en misschien weet je ook nog wel die andere juffrouw die les gaf in Ommel, Coleta de Vent, twee zusjes van elkaar. Vroeger mochten leraressen niet getrouwd zijn vandaar dat beiden zowat hun leven lang les hebben gegeven want ze zijn altijd vrijgezel gebleven. De familie de Vent hadden veel geestelijken in hun familie... de twee zoons waren Cyrillus Antonius en Fredericus Bernardus, roepnaam Frits. Deze laatste wil ik graag wat meer over vertellen. Frits werd in Asten geboren op 24 mei 1912. Vader de Vent kwam uit het Friese Steggerda en was getrouwd met Celestine Fijnaut. Twee oudere zussen kozen voor het religieuze leven net als zijn enige broer, die kreeg de naam kloosternaam Cyrillus. Op 7 september 1931 begon frater Otgerus met zijn noviciaat in Tilburg. Hij werd op 28 augustus 1938 door de bisschop van 's Hertogenbosch tot priester gewijd. Na wat omzwermingen werd hij gevraagd of hij er geen bezwaar tegen had om uitgezonden naar Canada, dat was in 1948. Otgerus was er blij mee want dit zag hij wel zitten. In juli 1949 vertrekt hij vanuit Rotterdam met het emigrantenschip de Volendam. In Blenheim Ontaria moet hij gaan doceren. Hij heeft als bijfunctie vormingsverantwoordelijke. Dit geeft hem weinig voldoening en besteedt hij veel tijd aan een assitentschap in de St. Mary-parochie in de plaats waar hij woont. Ook heeft hij veel contact met Nederlandse Immigranten uit de omgeving, veel van deze mensen leefde in grote armoede. Hij richt er later 'de "klub van jonge Hollanders" op, een blad waarin inlichtingen stonden over geboortes, zilveren huwelijksfeesten etc. en hij zorgde voor 'n familieband tussen de vele mensen en hij gaf ze moed om de moed te vinden om door te gaan. Otgerus werd overgeplaatst naar St. Boniface maar bleef wel voor het blad schrijvenIn 1952 wers hij benoemd tot pastoor van de Heilig Hart-kerk in die plaats, ruim 2000 km van Blenheim. Hij moest alles daar doen in drie talen: Vlaams, Frans-Canadees en Engels. Na zijn eerste vakantie in Nederland, van juli tot september 1954 werd hij, ondanks dat hij eigenlijk weinig zin had om terug te gaan, pastoor overste van Princeton, 'n kleine en straatarme parochie. Later werd hij nog pastoor en overste van Georgetown, ook in Ontario. Hij zorgde ervoor dat er 'n katholieke school kwam. Voor de bouw van 'n nieuwe kerk vond hij 'n bereidwillige architect en een uit Nederland afkomstige aannemer. Ik ga dit toch nog 'ns nakijken of het misschien mijn ome Frans van Bussel was want die bouwden daar kerken en scholen en woonde ook in Ontario, in 1950 naar toe geimmigreerd. Het was toen 'n moderne kerk. Otgerus stond aan het hoofd van die parochie tot 1980. Gezondheidsproblemen dwongen hem in juni 1982 naar Nederland te vertrekken... In januari 1984 kwam hij nog een keer terug in Georgetown om er 'n jubileum te vieren... helaas overleefde hij die reis niet... Op 26 februari 1984 overleed hij in Leamington. Op 3 maart van dat jaar werd Otgerus (Frits) de Vent in Eindhoven begraven.



FRIED(JE) MEEUWS


Ik ben blij dat ik hem de laatste jaren heb mogen meemaken bij de fotoherkenning in het Klokkenmuseum. Friedje Meeuws. Hij wist veel van Asten en kende veel mensen en we hadden hem er heel graag bij. Niet alleen omdat hij veel wist van "oud"-Asten maar ook in zijn doen en laten was hij 'n gezellig iemand. Fried, in de volksmond altijd Friedje, was geboren op 31 juli 1930. Ik las ergens nog iets over zijn jeugd... Het was in de oorlogstijd in 1943. Iedere vorm van jeugdbeweging was verboden, maar de bekende mister Sanders van de R.K. jongensschool Asten in "Turrup" had toch een manier gevonden om de jeugd uit het dorp bezig te houden: hij leidde een jongenskoortje dat na schooltijd bij elkaar kwam om te repeteren. Zijn koortje zong meestal Gregoriaanse gezangen en werkte mee aan gezongen missen en uitvoeringen van andere kerkelijke diensten. Ook Friedje was lid van dat koortje net als zijn vriend Jan Verdijsseldonck. De twee jongens waren klasgenoten. Ze sloegen andere wegen in, maar zijn elkaar nooit uit het oog verloren. Terugblikkend vertonen hun levens opmerkelijk veel raakvlakken. Friedje had ook de oorlog meegemaakt als kleine jongen, 'n tijd van schaarste en armoede. Na de oorlog was Fried bij de jeugdbeweging, wat later later het jongensgilde werd.. In de zomer van 1944 verliet hij de lagere school en hij mocht op zijn 14e naar de ambachtsschool in Deurne waar hij koos voor het schildersvak. Hij kon in de leer bij de firma Berkers en leerde 's avonds door voor meester-schilder. Voor dat diploma moest hij zes jaar lang twee keer per week naar de avondschool in Helmond. Fried kwam later terecht bij Klokkengieterij Eijsbouts. Na vier jaar was hij blij toen de broer van zijn eerste baas hem weer vroeg bij Berkers te komen werken. Friedje kreeg verkering met Corry van Otterdijk, een meisje uit Someren dat als dienstbode werkzaam was bij Eijsbouts waar hij ook mee trouwde op 24 oktober 1959. Fried en Corry betrokken een huis in Asten en kregen samen drie dochters. Friedje was altijd actief in het verenigingsleven. Hoewel hij met 48 jaar wegens grote gezondheidsrisico's werd afgekeurd voor het schildersvak, vond hij weer betaald werk als gids bij het Beiaard- en Natuurmuseum. Dat bleef hij doen tot zijn 60e, toen mocht hij met pensioen. Vanaf zijn 14e speelde hij toneel, zie kleine foto van vroeger. Hij begon bij de Jonge Wacht, later bij toneelvereniging Kabta en het openluchttheater. Daar hebben vele mensen in het openlucht van hem genoten en als schilder verzorgde hij ook de beschildering van de decors. 21 jaar was hij regisseur bij toneelgroep Scarabee. Ook was hij een groot deel van zijn leven actief bij carnavalsvereniging de Klot, de Bolhoeden en de vrijwillige brandweer. Tot hun 75e zongen Fried en zijn vrouw bij het algemeen gemengd koor Puur Sangh, en later ook nog in het kerkkoor. In 2004 kreeg Fried een koninklijke onderscheiding voor al zijn verdiensten. Friedje meeuws is zeker een van de bekende Asetnaren... wie kende hem niet? Toen Friedje is overleden op 14 maart 2018, zat de kerk bij de sfscheidsdienst bomvol... Asten moest helaas afscheid nemen van 'n geweldig iemand, ik ben blij dat ik hem gekend heb.



JUFFROUW GITSELS

Heel goed heb ik haar niet gekend maar ze behoorde tot een van die bekende Astenaren, Ze werd in Asten geboren als Hendrika Johanna Maria Gitsels, roepnaam Rikus en zo noemde iedereen haar ook, op 2 augustus 1897. Ze overleed daar ook, op 2 februari 2001, op 103-jarige leeftijd. "Juffraw Gitsels" was 'n dochter van Peter (Antoon) Gitsels. Haar vader was molenaar, haar moeder runde hotel Gitsels. Ze ging studeren in Dongen aan de Kweekschool. Toen haar opleiding volledig was keerde ze snel naar haar geliefde Asten terug want ze kreeg 'n aanstelling aan de lagere jongensschool. Buiten de school speelde zij vooral een grote rol bij de ontwikkeling van de meisjes in Asten. Ze was altijd bezig om jongen meiden kansen te geven en op te leiden. Op initiatief van Rikus konden Emmy de Bruin en Jo Hoes in 1947 het startsein geven voor een gidsengroep van twaalf meisjes. Meisjes kregen in die tijd meestal niet meer onderwijs dan lagere school. Pas in 1946 startte de NCB met landbouwhuishoudcursussen en ook nog enige jaren later werd een landbouwhuishoudschool opgericht. Bij de jonge vrouwen was grote behoefte aan verdere ontwikkeling en juffrouw Gitsels stilde die honger door het geven van enkele cursussen. Haar levenswerk werd echter de Mater Amabilisschool. Hier had ze alles voor gedaan, het was een school voor meisjes van 17 jaar en ouder van elke stand of beroep. Een levensschool, waar de meisjes werden voorbereid op hun taken in het huwelijk of als ongehuwde vrouwen in de wereld. Zoals dat toen gebruikelijk was. Door Rikus toedoen werd in het voorjaar van 1949 in Asten een Mater Amabilisschool worden geopend, toen was dat nog maar de tweede in Brabant. Juffrouw Gitsels was altijd vrijgezel gebleven... als je lerares was mocht je ook alleen maar lesgeven als je niet getrouwd was. Dit was ook het geval met de dames de Vent die in Ommel en op Voordeldonk las gaven. In 1962 werd juffrouw Gitsels Ridder in de Orde van Oranje Nassau en in 1963 kreeg ze de kerkelijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice. Wat Ricus heeft gedaan voor Asten is met geen pen te beschrijven... de Mater Amabilisschool was 'n groot succes. Bij haar afscheid in 1963 waren er 205 curssusten op die school. Meisjes bleven de cursussen drie jaar volgen en kregen twee keer per week las. Rikus had 40 jaar lesgegeven en veel meisjes heeft zij gevormd, zelfs op hoge leeftijd bleef ze dat doen en stond iedereen bij als er om hulp, steun en uitleg werd gevraagd. Juffrouw Gitsels woonde in de Burg. Frenckenstraat samen met haar broer Johannes Gitsels en haar nichtje Sophia Gitsels, het huis staat er nog altijd. Toen ze 103 jaar oud was is ze overleden. De gehele 20ste eeuw had ze geleefd... geboren in 1898 heeft ze ons verlaten op 1 februari 2001. Rikus Gitsels was 'n geweldige vrouw... "Aaste hittur un vurdorriese goei an gehad"....



PEER WELTEN, IKKE


Ik dacht misschien is het wel leuk en interessant om mijn eigen hier 'ns neer te zetten, laten weten hoe mijn leven er zoals heeft uit gezien, "deddege us wá meer van mij wit".. Het is 'n lang verhaal geworden want natuurlijk weet ik heel veel van m'n eigen. Ik ben nu 75 jaar jond/oud dus ik kan heel wat vertellen over mijn eigen, maar dat ga ik natuurlijk niet doen, maar wel 'n beetje hoe het bij mij is geweest tot nu toe... "Loate we veuran beginne".. Ik ben geboren op 24 juni 1945... dus net na de oorlog... De temperatuur op 24 juni 1945 lag tussen 13 graden 's morgens tot 's middags 22 graden. Heerlijk weertje tenminste dat vonden ons moeder en ikke... hahahaha. Van mijn baby-jaren kan ik niks herinneren maar ik weet wel nog iets ik toen ik 'n jaar of drie of vier was. Ik sliep op de slaapkamer van mijn zusjes, Ellie en Jo... daar stond 'n klein bedje waar ik in lag en ik "schruwde" nog al 'ns mee en dan moest een van de meisjes aan mijn bedje liedjes zingen... soms ook onze Sjaak, die was toen 14 jaar. Welk liedje? "Op 'n klein stationnnetje 's morgens in de vroegte"... etc... Dat herinner ik me nog wel, ik zie dat gezicht van m'n broer zo nog voor me boven m'n gezicht. Ik snapte niet veel van het leven maar achteraf weet ik wel dat wij het thuis niet zo breed hadden. Ik herinner me wel de eerste schooldag... in 1951... onze Theo hield me aan de hand en hij bracht me voor de eerste keer naar school en ook weer terug. Jongens bij mij in de klas toen? Gerard Bukkems, je weet wel van de Fiat garage, maar toen nog de fietsenzaak en Jackie van der Steen, de motorcoureur. Ik heb zes klassen met goed gevolg doorlopen, ben zelfs ooit de "vijfde beste" van de klas geweest. Ik was geen uitblinker maar ook zeker niet stom. In de eerste en de vierde klas bij mister van Kemenade, de tweede en derde bij juffrouw de Vent en de vijfde en zesde bij mister Rombouts. Toen ik in 1957 van school af ging ben ik naar de ambachtschool gegaan, ik was 12 en moest nog 2 jaar verplicht naar school... de LTS dus, een brugklas waar je metaal en hout kreeg, ik koos voor hout en toen nog een jaar voordat ze me van school stuurde, dat was aan het eind van het tweede schooljaar daar. Ik ga niet vertellen wat er gebeurde toen maar ik was klaar daar, hoefde en wilde niet meer terug en ging met 14 jaar werken. Ik begon op 18 augustus 1959... bij Pietje berkvens in Someren, de deurenfabriek en later naar de spaanplatenfabriek. Toen ik begon als 14 jarig ventje kreeg ik 18 gulden en 18 cent. Dat kan ik goed onthouden want alles was 18... Daar heb ik later spijt van gehad, spijt dat ik niet ben gaan leren. Maar ja, spijt komt na de zonde... 48 uur werken per weer... maandag t/m vrijdag en nog op zaterdagmorgen. Eigenlijk was het achteraf gezien "kinderarbeid", maarja, ik had zelf die keuze gemaakt. Na vijf jaar ging ik in Asten bij Picus werken en daar zat even pauze tussen van augustus 1964 tot januari 1966 want toen moest ik in het leger. In de tijd dat ik bij Pietje Berkvens werkte kocht ik van mijn "extra weekgelden", het vakantiegeld, 'n Spaans gitaartje bij de familie Loomans. Die woonde toen waar later Fungus was. 40 gulden kostte het prima gitaartje en ik haalde les bij Lenie van den Burgt in de Burg. Frenckenstraat. Ik was 'n goeie leerling want na 9 lessen van 1 gulden per uur, was ik klaar... de rest heb ik uit mezelf geleerd. Mijn eerste liedje was "Barcelona" van de Wilmari's en later kwamen nog "op 'n kangeroe eiland en oh grote beer", dat herinner ik me nog goed, de meeste mensen van d'n Himmel van vroeger denk ik ook nog wel. Ik was ooit zo dom om me op te geven voor de keuring van de mariniers, van de 200 jongens werden er 9 goedgekeurd... best streng daar, maar dat hield in dat ik wel bij de infanterie moest, want ook ik werd er voor afgekeurd. Opgekomen in Venlo en daarna naar Oirschot verhuizen. Waardeloze verloren tijd. Wat er slecht was? Het eten vond ik waardeloos, ooit schoot iemand mij per ongeluk bij 'n soort "aanval" 'n losse flodder achter mijn oor wat me in het ziekenhuis deed belanden, ik liet ooit in de winter, ik had ijskoude dooie vingers, 'n handgranaat uit mijn vingers glippen wat me bijna het gehoor had gekost maar achteraf gelukkig goed is gekomen. Het was 'n aanvals handgranaat die alleen 'n harde knal gaf maar 'n ontzettende felle luchtdruk gaf, en ik stond er maar twee meter vanaf. Ik moest op oefening voor twee maanden naar Duitsland... slapen in 'n pubtentje toen het 12 graden vroor 's nachts. Steen en steenkoud had ik het. Uiteindelijk verliet ik in januari 1966 het leger met 52 strafdagen. Nee ik was er geen lievertje. Het enige goede wat ik had geleerd was schieten, ik heb er het brevet van scherpschutter gehaald, werd bij wedstrijden tweede met infrarood schieten maar werd ook eerste bij het schieten met antitank-brisanten op tanks.. Toen ik afzwaaide werd ik 'n dag later wakker op de bank voor het gemeentehuis... ladderzat en ik had maar èèn schoen aan... nou ja, kan gebeuren. Ik ging weer terug werken bij Picus waar ik het goed kon vinden met de nieuwe bedrijfsleider die zelf in 'n dansorkest speelde. Nadat ik eerst bij the Independents had gespeeld in Heusden, begon ik met enkele jongens uit Helmond 'n bandje maar het echte werk was toen ik overgestapt ben naar the Secrets uit Someren. Dat was 'n geweldige tijd en de bedrijfsleider van Picus bezorgde ons de eerste echte dansavonden. Inmiddels had ik na enkele "vrijpartijtjes" mijn meisje voor het leven gevonden... Annie woonde vlak bij mij in de buurt, toen ik mijn eerste autootje kocht ging ik met dat renaultje naar haar toe... te voet was ik er veel sneller geweest. Ik 1971 zijn we, na vijf jaar verkering, gaan trouwen, woonden 20 maanden bij m'n zusje Jo boven op zolder in Deurne en in december 1972 verhuisde we naar de Orionstraat 41 in Asten, waar we nu nog wonen. Ik heb op verschillende plaatsen gewerkt maar mijn echte "draai" in het werken nooit echt gevonden, tenminste het fabriekswerk niet. We begonnen 'n klein grammofoonplatenwinkeltje in Someren-Eind, om alvast te starten om het later in Asten uit te bouwen maar dat is er door omstandigheden nooit van gekomen. In 1976 kregen we 'n dochter en kozen bewust voor èèn kind. Ik was inmiddels, na tien jaar Secrets gestopt maar 'n jaar later ging ik bij 'n bandje in Meijel, the Apollo Stars, wat ik nog tien jaar heb gedaan tot ik bij 't Ketelke van Henk Caris, deejay werd. Dit ging me goed af, bouwde 'n discotheek en ging draaien op feesten en partijen met mijn leuke act van Urbanus. Ik werd als deejay: Urbanus II. Darten was een van mijn grote hobby's wat ik redelijk onder de knie had en Annie trouwens ook... we gingen vaak deelnemen aan tournooien. Ik maakte zelfs de boekjes voor de dartclub van 't Ketelke en van de Peelland dartbond. Ik had inmiddels 'n bedrijfje opgestart in verkoop en verhuur van muziek wat we goed af ging tot Buma-Stemra mij op 'n linke onaanvaardbare manier 'n foutje liet maken wat meteen mijn contract koste... geen inkomen meer. We kregen na 'n paar maanden bericht of we misschien iets zagen in de horeca. Na wikken en wegen werden we beheerders van Sportcentrum de Pas in Someren. Dat was 'n fijne tijd, ik deed er werkelijk alles, van het schoonmaken van de binnenbanen tot het bijhouden van contracten, van de verkoop van rackets tot het repareren van de buitenbanen van gravel, zelfs klusjes aan het gebouw deed ik en ik moest natuurlijk de horeca bijhouden. Dat ging allemaal fantastisch goed tot er werd gewisseld van eigenaar en we, gezien onze gezondheid, moesten vertrekken. We gingen toen af op 'n advertentie voor beheerders van gemeenschapshuis de Kluis in Ommel... Dat was het begin van 'n geweldig mooie tijd. Ze lieten ons onze gang gaan en alles werkte perfect en we begonnen ons zelfs "Ommels" te voelen, iets wat nooit is overgegaan. Onze dochter Nancy trouwde en kreeg 'n zoontje waar we heel erg trots op waren. Benjamin is mijn beste vriend en goeie maatje. Ik was inmiddels begonnen met mijn website: "Himmels.nl". Dit werd 'n succes... nadat ik eigenlijk was begonnen om alle weetjes van mijn familie erop te zetten werd het steeds uitgebreider, Himmelser, nu tot ook meer Astens toe... veel mensen bezoeken de site, soms wel 450.000 kijkers per jaar. Ik was ook begonnen met het schrijven van liedjes in dialect maar op melodietjes die herkenbaar zijn... daar ga ik vaak mee "d'n boer op" zoals ze dat zeggen, ik ga er vaak 'n optreden mee verzorgen en vind het nog altijd leuk om te doen. Gewoon de liedjes zingen en kleine grappige verhaaltje erbij vertellen wat de mensen leuk vinden. We zijn bij de Kluis gestopt toen ik bijna 65 was... Annie en ik hadden dat van te voren voor ons zelf beslist, dan was het werken wel welletjes geweest en na 13 jaar Kluis vertrokken we er voldaan... nog altijd hebben we er goede herinneringen aan, zeker aan de Ommelse mensen. Dat was in 2009. Nu zijn we elf jaar verder... ik maak nog steeds liedjes, ik zing nog altijd, ik hou mijn website nog altijd bij door elke dag vier nieuwe dingetjes te plaatsen, ik heb inmiddels mijn 75-jarige verjaardag gevierd en volgend jaar op 28 mei zijn Annie en ik 50 jaar getrouwd. Och als ik terug kijk op mijn leven is het helemaal niet zo slecht geweest, eigenlijk wel zoals ik het me had voorgesteld. Of ik rijk ben? Hahahaha... ik ben rijk omdat ik nog steeds redelijk goed gezond ben, ik ga twee keer in de week sporten bij de fysio en ik wandel elke dag 'n half uurtje, of ik rijk ben? Annie is gelukkig goed gezond en doet alles, ze is mijn alles. Of ik rijk ben? Ik heb 'n lieve dochter Nancy die er altijd voor me is met haar vriend Michel, heb 'n leuke geweldige kleinzoon Benjamin die nu 13 jaar is. Of ik rijk ben? Ik heb families die er voor elkaar zijn als dat nodig is. Of ik rijk ben? Ik heb in Jan van Eijk 'n geweldig goeie vriend, al meer als 33 jaar en we doen alles voor elkaar daar waar we elkaar nodig hebben. Of ik rijk ben? Ja, ik ben rijk, Peer Welten is echt rijk !!!



DEKEN THEO VAN HOUT


De oudere zullen hem zeker wel kennen, onze oud-deken Theo van Hout. Hij was de opvolger van deken Meijer die van 1927 tot 1944 onze deken was. Deken van Hout is op 27 december 1901 geboren in Eindhoven, als zoon van de bekende familie/winkeliers van Hout Ververgaard die winkels hadden o.a. in kleding en juwelen. Theo werd priester gewijd op 6 juni 1925. Hij kreeg meteen al 'n aanstelling, als hulp kapelaan in 't Heike in Tilburg en in 1927 werd hij kapelaan in Beneden- Leeuwen. In 1930 werd hij overgeplaatst als kapelaan in den Bosch en hij werd in 1936 rector der carmelitessen, de Theresiaantjes. In die tijd was hij ook nog 2de secretaris van de bisschop in den Bosch en stedelijk aalmoezenier van "de jonge werkman". On 1944 werd hij aangesteld als pastoor-deken in Asten wat hij ruim 15 jaar bleef doen tot begin 1960. Hij vroeger toen zelf ontslag aan en werd tot 1972 directeur van de missiezusters Franciscanen en rector van het moederhuis van de zusters. Na 1972 bleef hij in het moederhuis wonen en werd er de adviseur. Hij was verbonden met de jeugd van Asten, Jongensgilde, Gidsen en Kabouters, Verkenners, Jonge Boerinnen, Jonge Boerenstand, Kajotters en Kajotsters, Middenstand, Jeugdfamilie en de Korfbalclub. Ook het o0nderwijs kwam in stroomversnelling en kwamen er uitbreidingen van de scholen in Asten, Heusden en Ommel en er kwamen nieuwe gebouwen. Kleuterschool in Ommel, op Voordeldonk en de Molenstraat. Hij deed ook veel werk voor Elisabeth- en Vincentiusverenging waar hij directeur van was. Hij was ook als adviseur verbonden aan diverse instanties in ons dorp: NCB, Wit-Gele-Kruis, KOB de Peel, EHBO en de Gezinszorg. Toen er nieuwe instanties verezen kregen ook die zijn steun zoals sw Katholieke Actie en de Boerinnenbond. Waar deze pastoor voor stond was elkaar liefhebben, elkaar helpen. Als het ging over materialisme dan was je bij deken van Hout aan het verkeerde adres... daar had hij 'n hekel aan net als "lioefdeloosheid". Toen ik op de lagere school zat heb ik wel ooit godsdienstles van hem gehad maar helaas kan ik me daarvan weinig herinneren. Het was iemand die altijd klaar stond voor anderen mensen, had je problemen dan was hij de redder in nood. Er is veel over Theo van Hout te vertellen. Hij was 'n wijs man en heeft veel voor Asten betekend. Hem werd ook het ereburgerschap verleend van Asten en hij werd officier in de Orde van Oranje Nassau. In Asten werd de school in de bloemenwijk naar heb vernoemd, "Deken van Houtschool". Hij heeft zich in zijn leven verdienstelijk gemaakt voor de mensheid... die twee onderscheidingen bevestigen dat... Hij stierf nadat hij slechts 'n paar maanden ziek was. God heeft hem zeker beloond voor al het geen hij hier op aarde heeft gedaan... deken van Hout is heel zeker opgenomen in het rijk der Hemelen, iets waar hij ten volste recht op had.



KOOS GREIN


Ik moet eerlijk bekennen dat ik Koos Grein ook niet zo heel goed kende en toch behoorde hij vroeger bij de bekende Astenaren. Dat kwam vanwegen zijn werk want Koos kwam overal. Koos is zelf geen Astenaar van geboorte want zijn geboorteplaats was Cuijck. Hij was verkoper van kleding. Maar toen hij jong was begon hij met "venten", eerst met jutezakken die hij bij de boeren etc opkocht en verkocht aan 'n Joodse handelaar. Maar later stopte hij hiermee en ging over naar lappen stof. Die had hij achterop de fiets zitten en hij ging dan zijn klantenkring af die hij in de loop der jaren had opgebouwd. Hij verkocht de lappen stop die bedoeld waren voor maatwerk pakken. Het mooie was dat hij de stoffen hiervoor verkocht maar ook het contact legde met de kleermaker, daarvoor kreeg hij dan ook weer 'n paar procentjes. Hij verzorgde dus zogezegd all-in maatkostuum of overjas. Dat bleek 'n goede zet want hij had volop werk en hij verdiende goed. Koos, geboren 27 augustus 1900, was getrouwd met Miet Kwarten, dat was op 14 januari 1919. Ze kregen vijf kinderen... een ervan was Rinie, die in de voetspoeren van zijn vader trad en die bij ons bekend is van Markthal Grein Asten en later zijn prachtige winkel overdeed aan zijn zoon Sjaak Grein. Vroeger woonde ze op Ostade maar dat werd later Bergdijk. Koos verdiende er echt goed geld mee... het was zo dat hij later alleen nog in de voormiddag behoefde te werken en 's middags tijd had voor zijn grote hobby, vissen, nee armoede heeft hij nooit gekend zei hij zelf vaak. Koos is altijd 'n groot sportfan geweest. Hij miste bijna nooit 'n sportwedstrijd. Ook was hij altijd 'n trouw supporter van ons eigen NWC. Op latere leeftijd was hij 'n trouwe bezoeker van het dienstencentrum voor bejaarden waar hij nog vaak 'n partijtje biljart speelde of ging beugelen. Ook sprak hij vaak af met mensen die hij kende van vroeger om over "vruugur te buurte". Koos Grein is in Asten bekend als die gezellige mens die zo geweldig leuk en gezellig kon buurten. Op 31 januari 1981 is Koos overleden, hij was toen 80 jaar oud.



GERRIT CUPPENS


Gerrit Cuppens was 'n echte Astenaar, getrouwd met Maria Cuppens - Bruijnen die voor de oorlog de vroedvroew was in Asten, als er ergens hulp nodig was moest Maria inspringen. In 1921 kreeg ze 'n vaste aanstelling in Asten, ze was de eerste vrouw in Asten die 'n bromfiets bezat en hielp per jaar wel tussen de 160 en 200 kinderen op de wereld. Gerrit is geboren in het begin van 1900 in de Julianastraat, vroeger de Fabrieksstraat, en zijn vader was molenaar van beroep en had 'n molen aan de Emmastraat. Later kwam daar ook nog de zagerij op diezelfde plaats. Mijn vader, Driek Welten woonde er tegenover. Omdat Cuppens daar 'n molen had hadden ze ook 'n zaak in granen. In 1920 sloeg het noodlot toe en brandde de molen en de zagerij tot de grond toe af. De molen werd niet meer opgebouwd want Asten had nog 'n paar andere molens in het dorp maar wel de zagerij waar menig Astenaar, ook mijn broer Henk, werk vonden. De vader van Gerrit vertrok in 1925 samen met de rest van de familie Cuppens naar Belgie om er zijn heil te zoeken, Gerrit bleef hier en was er vast van overtuigd dat hij de zaak verder kon uitbreiden. Gerrit timmerde flink aan de weg, in het begin zaagje men per dag zo'n 3 á 4 m3 rondhout per dag, met 6 man personeel. Na de oorlog zorgde Garrit ervoor dat het verhoogd werd naar ongeveer 30 m3 per dag. Tientallen jaren was hout voor emballage, kisten, het voornaamste product van directeur Gerrit en zijn personeel maar toen karton en plastic zijn intrede deed ging men over naar het vervaardigen van pallets. De crisis jaren 30 heeft Cuppens met succes door gewerkt door goed leiderschap. Gerrit deed later de zaak over aan zijn zoons, dat was toen hij de pensioengerechtigede leeftijd had bereikt maar hij bleef nog volop meedraaien in de houtzagerij, vooral zijn specialiteit, het slijpen en het scherp houden van alle machines. Gerrit was van "meer markten thuis". In 1945 werd hij aangesteld in de voorlopige gemeenteraad, voordat de gemeenteraad werd aangesteld vormde hij samen met Willem van Golstein Brouwers de bestuurlijke as van ons dorp. Zijn grote hobby was schieten met geweer maar bij gebrek aan schietbanen moest hij dit laten varen. Ik herinner me nog dat hij een van de "geldophalers" was in de kerk en Gerrit was ook lange tijd voorzitter van de bejaardenbond. Gerrit die geboren was op 21 juli 1900 is overleden op 15 oktober 1976. Hij en zijn bedrijf hebben veel voor Asten kunnen betekenen. Helaas is de fabriek niet meer in Asten en op de plek waar vroeger de zagerij en molen stonden in nu de Zagershof verschenen, 'n wijkje met mooie woningen maar de prachtige woning van Cuppens staat er nog altijd.



BURGEMEESTER WIJNEN

Van 1910 tot 1944 was Willem Wijnen onze burgemeester, hij was Jan Zwitsar opgevolgd. De familie Wijnen had de meeste tijd in Sint-Oedenrode gewoond maar Willem ging na het overlijden van zijn vader in Veghel wonen waar hij in 1909 Caroline Maussen huwde. Willem werd in 1910 aangesteld tot burgemeester van Asten en op 6 april 1910 geinstalleerd. Willem Wijnen was in Sint-Oedenrode geboren op 22 september 1880. Hij was de zoon van Gerard Wijnen en Clasina Kemps. Zij was een dochter van molenaar Jan Cornelis Kemps. Gerard Wijnen had samen met zijn broer Jos een tabakskerverij. Hij deed veel voor Asten, Asten hield van zijn burgervader. Op zaterdag 18 mei 1935 werd zijn zilveren jubileum als burgervader gevierd maar vanwege de heersende crisis soberder dan bij zijn installatie. Asten liet dit jubileum niet aan zich voorbijgaan, want alom was er lof en dankbaarheid voor het werk dat haar burgemeester in die 25 jaar verzet had. Peelbelang en Nieuws- en Advertentiebron brachten elk een feestnummer. De halve voorpagina van de Helmondse krant De Zuidwillemsvaart van 5 april was gewijd aan het jubileum en de verdiensten van Wijnen. Het dorp Asten telde toen ruim 6.000 inwoners. Het was voorbereid door een feestcomité onder leiding van schoolhoofd Gerard Remery. De dag van het feest werd om 8 uur begonnen met het uitsteken van de vlaggen en klokkengelui. Tussen een haag van bruidjes werd de jubilaris door de gemeenteraad, het ere- en het feestcomité de kerk ingeleid, waar om 9 uur de plechtige H. Mis begon. In de raadzaal vond om 11 uur de huldiging plaats met aansluitend een receptie tot 1 uur. Om 3 uur brachten de Astense kinderen de burgemeester en zijn echtgenote een hulde en een uur later was het aan de Astense bevolking. In de Molenstraat – nu zijn Burgemeester Wijnenstraat – stelden de Astense verenigingen zich op voor een defilé. Voorop speelde zíjn harmonie St. Cecilia, waarvan Wijnen voorzitter was, gevolgd door de Jonge Wacht, het Jongenspatronaat, de Sobriëtasclub, de K.J.V. en de R.K. Boerinnenbond. Fanfare Sancta Maria uit Ommel ging vooraf aan voetbalvereniging N.W.C., de R.K. Jonge Boerenstand, de R.K. Middenstandsbond en de R.K. Boerenbond. De laatste vrolijke noten werden geblazen door de Heusdense fanfare St. Antonius met in hun kielzog de R.K. Werkliedenvereniging St. Jozef en het R.K. Astens Mannenkoor. Krijgshaftig sloten de Vrijwillige Landstorm en de Astense Burgerwacht de rij. Onmiddellijk na dit defilé volgde tegenover de burgemeesterswoning de onthulling van de leeuwenfontein, het geschenk van de Astenaren aan hun jubilerende burgemeester. "Een geschenk, dat ingevolge uw uitdrukkelijken wensch zal bijdragen tot verfraaiïng van ons dorp", aldus comitévoorzitter Remery tijdens zijn toespraak. Remery memoreerde in zijn toespraak verder aan de gulheid van de Astenaar en verplichtte die naar de toekomst. "Arm en rijk schonk gaarne zijn bijdrage voor de monumentale fontein, die nog in verre toekomst zal getuigen van de hoogachting en genegenheid, waarmede Asten’s volk voor u is bezield. We weten allemaal van de moord in 1944 op de burgemeesters van Asten en Someren. Wat er gebeurd was. Uit wraak voor acties van het Nederlandse verzet liet de bezetter in het laatste oorlogsjaar zeker vijftig eerzame burgers vermoorden, door landgenoten in dienst van de Germaanse SS . Dat lot trof ook de twee Brabantse burgemeesters. Jacob Besteman was in die zaak één van de hoofddaders. Besteman is er in februari 1946 door het Bijzondere Gerechtshof in Den Bosch voor ter dood veroordeeld, een straf die kort daarna in levenslang is omgezet. Hij zat zijn straf van 13 jaar helemaal uit. Een terugblik op de Brabantse burgemeestersmoorden. Het was 14 augustus 1944, de dag voor Maria Hemelvaart, ’s avonds rond een uur of acht. De kosteres van de kerk in Ommel, dorpje tussen Asten en Deurne, had haar ronde gemaakt om te zien of alles voor het Maria-feest in orde was. Toen ze de kerk wilde afsluiten zag ze dat er nog iemand bij het Maria-altaar zat. Het was Willem Wijnen, burgemeester van Asten. Wijnen kwam vaak naar het altaar in de kloosterkerk, altijd ’s middags rond drie uur, na zijn werk op het raadhuis. In de archieven van de missiezusters van het Franciscanessenklooster van Ommel wordt aan de reden van zijn avondlijke bezoek op die 14de augustus een devote invulling gegeven. Wijnen was "misschien" op dat ongewone tijdstip naar de kapel gekomen om Maria deelgenoot te maken van de beklemmende angst, die in hem was en die hij niet kon verklaren. "De dood laat zich dikwijls op afstand voelen", iets als dit werd in Brabant vaak gezegd. Het zou kunnen dat Wijnen voorvoelde wat hem luttele uren later te wachten stond. De burgemeester van Asten wist dat hij al een tijdlang door de Sicherheitsdienst in de gaten werd gehouden. Het waren roerige tijden, zeker voor een burgemeester in oorlogstijd. Wijnen was op zijn post gebleven, om te voorkomen dat de Duitsers een NSB’er op zijn plek zouden zetten. Dat gold ook voor zijn collega Smulders in het buurdorp Someren. Smulders was net als Wijnen, wat je noemt, ’n goeie. Beide burgemeesters hadden zich teweergesteld tegen de verplichte Arbeitseinsatz van mannen uit hun gemeenten. Inwoners van Someren en Asten moesten in Zeeland voor de Duitsers aan verdedigingswerken bouwen. Willem Wijnen zette zich openlijk af tegen de tewerkstelling. Hij schreef in mei 1944 een brief aan de Herrn Fachberater van het Arbeidsbureau in Eindhoven waarin hij meedeelde geen dertig personen te zullen aanwijzen voor de arbeidsinzet. Hij wilde wel aan zijn burgers vragen of er vrijwilligers waren die de Duitsers wilden helpen. Hij schreef erbij dat hij vreesde, dat daarvan weinig resultaat te verwachten viel. Ook Smulders saboteerde waar mogelijk de bezettingsmacht. Hij gaf het verzet gelegenheid om op het gemeentehuis valse persoonsbewijzen te vervaardigen. Hij liet mensen waarschuwen als er razzia’s dreigden. In juni 1944 werd hij zelf opgehaald en met dorpsgenoten zes weken te werk gesteld in Zeeland. Smulders zou in de oorlog nog één keer worden opgehaald. Maar die keer werd dat hem dat noodlottig. In het proces-verbaal van 38 kantjes dat de Koninklijke Marechaussee op 26 november 1945 opgestelde, geeft de SS’er Jacob Besteman, die dan in de strafgevangenis in Arnhem zit, een uitvoerige verklaring over de laffe moord op de twee Brabantse burgemeesters. Besteman was, net als Heinrich Boere die in Aken voor de rechter staat, lid van het Sonderkommando Feldmeijer, een geheime eenheid van Nederlandse SS’ers die in opdracht van de Duitsers "Gegenterror" uitoefende tegen gewelddaden van het Nederlandse verzet. De Duitsers wilden het verzet breken door moorden op NSB’ers of Duitse militairen direct te wreken op burgers. De moorden, ruim 50 in totaal, zijn bekend geworden als de Silbertanne-moorden. De wegen van Boere en Besteman kruisten elkaar bij de Silbertanne-moord op Fritz Bicknese, een apotheker in Breda. Die liquidatie voerden ze samen uit. Besteman opereerde voor de burgemeestersmoorden met andere leden van het Sonderkommando. Op de avond van 14 augustus 1944 ging hij in de Brabantse Peel met een auto op pad om drie "terroristen" van het bed te lichten en dood te schieten. Kort daarvoor waren twee Landwachters in Gemert door verzetsgroepen doodgeschoten. "Er moesten tegenmaatregelen worden genomen", zei Besteman tijdens zijn verhoor. Ze reden eerst naar Asten, naar de ambtswoning van Wijnen. De zoon van de burgemeester deed open. Met drie man stapten de SS’ers naar binnen en liepen door naar de slaapkamer van Wijnen. Wijnen wilde niet mee. Hij zei tegen de SS’ers dat zij hem thuis in Asten maar moesten verhoren. De drie SS’ers grepen hem vast en duwden de man de trap af. Met Wijnen op de achterbank reden de SS’ers door naar Someren, naar de villa van burgemeester Smulders. De vrouw van Smulders deed open, ook ditmaal troffen de SS’ers de burgemeester in pyjama in zijn slaapkamer. De volgende op de lijst was de huisarts die naast Smulders woonde, maar deze bleek niet thuis. Daarop haalde de commandant een lijst uit zijn zak en zei: "Dan zal ik een ander aanwijzen". Dat werd Frans Eijsbouts, ondernemer en goede vriend van Smulders. Eijsbouts had de pech dat hij wel thuis was. Ook hij moest mee voor verhoor in Vught. Eijsbouts zou de moordpartij miraculeus overleven. De propvolle Citroen reed met acht inzittenden weg. Onderweg mopperde de chauffeur dat de wagen te zwaar beladen was. "Straks krijgen we nog stukken aan de auto", zei de man. Die mededeling was afgesproken werk: het was voor de SS’ers het signaal dat ze de plaats van executie naderden. Het viel Eijsbouts op dat de beide burgemeesters stil en bezorgd voor zich uitkeken. "Volgens mij vermoedden zij al het ergste", zou Eijsbouts later verklaren. Plots kwam de auto tot stilstand. De chauffeur vloekte en riep iets over pech. De inzittenden moesten allen uitstappen. Tijdens het verhoor van Besteman zei hij hierover: "Direct na het verlaten van de auto, zijn wij aan het schieten gegaan". Wijnen probeerde nog te vluchten. Eén van de SS’ers liep hem achterna en schoot hem neer. Besteman verklaarde: "Ik heb met mijn pistool enige schoten afgevuurd op die dikke burgemeester. Ik hield mijn pistool op zijn hoofd en borst gericht en zag hem na het tweede schot in de wegberm vallen. Mijn schoten vuurde ik op zeer korte afstand op hem af". Eijsbouts werd in zijn arm geschoten en liet zich voorover vallen in de walkant. Hij hield zich voor dood. Later verklaarde hij: "Ik hoorde boven mij nog schieten, meer dan tien, twaalf keer wel. Ik hoorde de burgemeesters rochelen en kreunen. Toen werd het stil". Tegenover de marechaussee zei Besteman eind 1945 dat hij, los van de moorden in Asten en Someren, verder niemand had omgebracht. Dat was een leugen. In juli 1944, slechts vier weken voor de moord op de burgemeesters, had hij met Heinrich Boere apotheker Fritz Bicknese achter de toonbank van zijn apotheek doodgeschoten. Burgemeester Wijnen was geliefd in Asten... helaas kwam Willem op deze manier om het leven. Hierboven zie je de foto gemaakt op hun trouwdag met links naast Willem de moeder van zijn vrouw. Willem kreeg samen met zijn vrouw Carolina, vier kinderen. Zijn echtgenote raakte zwaar gewond tijdens de bevrijding van Asten en stierf ruim een maand na de dood van haar man Willem.



MARTIEN VAN DUREN


Nee hij kwam niet uit d'n Himmel, maar ik heb van de mensen van vroeger niet echt 'n levensloop meer dus ga ik nu oon van bekende en minder bekende Astenaren wat schrijven. Vandaag dus over de man die wij kennen als "vun Dure". Hij was in Asten de jachtopziener, dag en nacht bereikbaar en als er iets gebeurde in ons dorp wat in zijn straatje gebeurde. Hij was herkenbaar als de man met het groene jagershoedje op en de pijp in de mond. Hij werd geboren op 5 maart 1908, Hij trouwde op 5 november 1931 met Dina Emons. Martien was afkomstig Wanrooij, daar zijn ze ook getrouwd. Ze kregen vier kinderen, Bertha de oudste trouwde met Wim Nuijten, Dora met Jan v.Deursen, Toon met Jo Kanters en Toos met Jan Bekken. Martien was 25 jaar de jachtopziener van Asten en daarna nog 25 jaar bij de gemeente Asten als werkleider van de GSW-ploeg. In 1931 kwam hij naar Asten waar ik in dienst trad van de firma Daamen uit Eindhoven die had 'n grote boerenpacht voor de jacht in Asten. Martien kwam uit 'n gezin van boerenafkomst en was wel bekend met het stroperswerk. In Wanrooij woonde de familie van Duuren achteraf en stropen werd niet alleen gedaan om lekker te eten maar ook om 'n centje bij te verdienen. Zo'n gevangen of geschoten haas leverde al gauw 2 gulden op. Er is zelfd 'n gezegde van vroeger wat helemaal bij Martien paste... "de beste jachtopziener moet het vak als stroper hebben geleerd". Rondom Asten waren er vroeger wel 20 jachtopzieners die allemaal de wettelijke status van Rijksveldwachter hadden. Ze waren dus eigenlijk niet alleen jachtopziener maar moesten ook de plaatselijk politie helpen en assitentie verlenen daar waar nodig was, ze hadden dan ook de bevoegdheid om processen verbaal uit te schrijven. Er zullen van vroeger zeker nog wel mensen zijn dit dit ooit van hun vader hebben gehoord of misschien zelf wel ooit van van Duuren 'n prent hebben gekregen want martien schreef er wel zo'n 2400 stuks uit in die 25 jaar. Martien was 'n man die altijd alles netjes bijhield over het wel en wee van zijn beroep. Hij heeft zeker 52 keer 'n jachtakte ontvangen en in de tijd dat hij jachtopziener was heeft hij... letwel: 14.000 stuks wild geschoten. Martien van Duuren vertelde hier ooit over: Vroeger hielden de beesten alles zelf in stand maar met de komst van het landbouw gif en door de versturing van de natuur veranderde dat snel. Ook vertelde hij dat het vroeger vaak 'n sportieve strijd was tussen de stroper en de jachtopziener maar later veranderde dat en werden mensen beschoten, dan was de lol van het vak er snel af. Van 1938 tot 1956 woonde hij op de Diesdonck vlak bij de directeur van Picus waar hij lange tijd in dienst van is geweest. Daarna kwam martien tot aan zijn pensioen bij de gemeete waar op zijn fiets, in dienst van de gemeente meer als 4000 kilometer heeft moeten fietsen. Hij verzorgde o.a. de voering van de beesten aan het hertenkamp en werd hij vaak ingeschakeld bij de bestrijding van muizen en ratten. In 1957 kwam Martien met zijn vrouw in de Anjerstraat wonen. Martien z'n vrouw is overleden op 28 maart 2004, ze was toen 95 jaar oud. Martien is 5 jaar eerder overleden, op 17 maart 1999. Jachtopziener Martien van Duuren was toen 91 jaar.



JAN BOSCH (41)


Jan Bosch geboren 16 april 1908, eigenlijk Johan, kwam uit 'n gezin van negen kinderen. Z'n vader verongelukte op jonge leeftijd en omdat er toen niet veel aan sociale voorzieningen was, was het vaak leven in armoede. Jan kwam als zoveel kinderen uit 'n peelwerkers gezin. Hij ging werken toen hij 12 jaar oud was bij "dun IJzeren", de ijzergieterij op de weg naar Ommel. Zijn loon was toen, schrik niet, 8 cent per uur. Maar hij moest ook nog 50 uur per week werken. Het was vuil werk dat weet ik want onze Sjaak werkte ooit bij van der Velden in d'n Himmel en die kwam altijd zo zwart als roet thuis. Toen Jan de opdracht kreeg om paardendrollen op te rapen die gebruikt werden bij de fabriek voor kernzand, weigerde hij en dat koste hem z'n baan. Hij solliciteerde bij de strohulzenfabriek van van Goch en Bakermans, toen nog in de Fabrieksstraat... nu Julianastraat, waar hij ook werd aangenomen. Toen hij trouwde werkte hij daar. Hij trouwde met Stien Prijs op 12 januari 1933, die 3 jaar jonger was als Jan en geboren op 31 januari 1911. Tussen 1937 en 1939 werd hij bouwer van kazematten die werden gebouwd langs het defensie kanaal in de Peel dat was werken tot in de Rips toe. Op Sluis 13 bij Tjeu Toer leerde hij daarna het vak van stratenmaker dat toen 'n prachtig vak was maar door de technieken van nu, uitstervende is. Tot en met de oorlogkon hij het hoofd zo boven water houden met zijn gezin door af en toe wat te kunnen "karweien". Hij had geluk dat hij bij een van z'n werkjes, bij cafe de Wit, werd opgemerkt door de gemeentesecretaris die vroeg of hij misschien bij de gemeente wilde komen werken want daar konden ze nog wel 'n goeie stratenmaker kunnen gebruiken. Hij werd er aangenomen maar wilde wel weer weg toen na 'n week bleek dat ze niet het afgesproken loon betaalden. Burgemeester Ploegmakers greep zelf in en alles kwam goed. Bijna dertig, tot aan zijn pensioen, bleef hij daar werken, en wij Himmelnaren kennen hem daar nog heel goed van... Ik zie hem nog op z'n knieen door het zand kruipen toen eindelijk de weg van d'n Himmel richting Voordeldonk werd vernieuwd... de oude "taarweg" werd vervangen door klinkers die er "èèn voor èèn" door Jan werden werden "ingetimmurd". Jan vertelde ooit dat Asten de slechtste klinkers voor de wegen had want ze kochten, door bezuinigingen, de goedkoopste maar ook slechtste klinkers op. Jan had ook hobby's... zo was hij vroeger een van de steunpilaren van NWC 1, de Astense voetbalclub. Ook was Jan ooit lid van de harmonie. Wat ik nooit heb geweten is dat Jan Bosch ooit in 'n orkest speelde, hij speelde bij de Astoria Band waar ook de gebroeders Wilbers in speelden. Jan en Stien, die jarenlang in de Hemel woonden, hebben samen met hun familie hun 50 jarig huwelijksfeest mogen vieren. Jan is overleden toen hij 29 oktober 1990, hij was toen 82 jaar oud. Ik ken deze goeie man het best als de man die naar zijn werk fietste... de "schup" langs de stang van de fiets gebonden, de boekentas met broodtrommel en drinken achter op de drager... dat was de lange man uit d'n Himmel, dat was Jan Bosch.



TOON VAN LOON (88)

Voor ons bestonden de oudere mensen uit mijn jeugd bij de bekende Himmelnaren. Natuurlijk die mensen die woonden in het achterste gedeelte van onze straat, vanaf Piet Bukkems richting Voordeldonk, het allermeeste. Een van die bekende mensen was Toon van Loon, gemeentearbeider van de gemeente Asten zoals wij er wel meer hadden in d'n Himmel. Toon is geboren in Liessel en samen met z'n ouders kwam hij via 't Vreek rond 1924 naar de Bluijssensbroekdijk. Samen met 'n meisje werkte hij voor boer Hoeben op de Brand wat nu inmiddels allang Venbergweg is. De vonk tussen de boereknecht Toon en het "dienstmeisje" Grarda sloeg over en in zijn ze getrouwd. Ze kwamen wonen in 'n klein huisje dat daar vlak bij de boerderij lag. Ze kregen kinderen maar Toon moest hard werken om alle mondjes te vullen... zeker in oorlogstijd. Nar de oorlog ging dat veel beter want Toon kreeg 'n vaste aanstelling bij de gemeente Asten. Toon was in de jaren iemand die van alle markten thuis was, dat had hij door de jaren heen wel geleerd.. Hij kon goed overweg met het boereleven maar ook veeslachten en zelfs rietdekken was hem niet vreemd. Een brede ervaring op welk gebied dan ook kwam hem goed van pas in de oorlog toen hij solliciteerd als toezichthouder op de voedselproduktie. Na de oorlog kwamen de huisvestings problemen. Na de oorlog kreeg hij 11 weken onderdak bij Toon van der Steen die later ook zijn buurman werd want de familie van Loon kwam terecht in een van de twee houte bungalows die het Zwitserse Rode kruis aan Asten schonk naast de woning van Toon van der Steen. Men noemde het Chalet, wat het eigenlijk ook was maar wij noemde het "un hawte keet". Ze hebben daar zo'n 20 jaar gewoond op Hemel 88, alvorens ze vertrokken naar de bloemenwijk net als wij. Ze kwamen wonen op Anjerstraat 1. We hebben Toon van Loon vaak langs ons zien fietsen toen ze in d'n Himmel woonden, als hij naar zijn werk ging of er van terug kwam. Ook kende wij zijn kinderen goed die net als wij vaak in de bossen en het liender te vinden waren. Toon had acht kinderen, gelijk verdeeld, vier jongens en vier meisjes. Ons moeder en Grarda kwamen vaak bij elkaar en op latere leeftijd gingen ze vaak bij elkaar buurten, Toon, Grarda, onze vader en ons moeder. Toon is geboren op oudjaarsdag 1910 en is overleden op 3 jan 1999, hij was toen net 88 jaar geworden. Toon was echt "unne gezellige mens, uit ut goei hawt gesneeje"....



BERT HOEFNAGELS (26/27)


De mensen van vroeger weten het nog wel wie Bert Hoefnagels was want het was een van de grootste gezinnen in d'n Himmel. Bert is van 'n echte Astense familie, de Hoefnagelsen want men kwam die naam al tegen in 1680 en eerder, zo rond 1400 bleek de naam al voor te komen in Gemert. Bert z'n vader, Toon Hoefnagels, woonde samen met vrouw Lena Hoefnagels - van den Berkmortel in de Wolfsberg, zo ongeveer op de hoek van de Wolfsberg en de Hoogstraat. Bert was de vierde in het gezin Hoefnagels dat bestond uit allemaal zonen. Op de kermis in Meijel leerde Bert zijn vrouw kennen, Marie Cauven uit het Limburgse Helden-Panningen. Vroeger gebeurde dat bijna altijd dat men kennis kreeg met iemand op 'n kermis. Na hun huwelijk, in 1936, gingen ze in de Kerkstraat wonen... Toch woonde het gezin de langste tijd in d'n Himmel. Eerst langs Doruske Leenen op 26 en later verhuisde ze naar de andere kant van de weg, niet ver van nummer 26 vandaan naar nummer 27. Tot aan de midden jaren zestig had het grote gezin het niet breed maar dat ken ik ook want dat was bij ons thuis ook het geval. Houtbewerken was een van de hobby's van Bert, maar ook fietste hij graag... Voordat Bert met pensioen ging had hij net als zoveel mensen uit d'n Himmel, ook mijn vader, bij de Vlisco in Helmond gewerkt, Bert zelfs 22 jaar. Bij de familie Hoefnagels woonde ook moeder Cauven, de moeder van Marie tot aan haar dood, 22 jaar werd die liefdevol verzorgd. De familie Bert Hoefnagels had volgens de geboortelijst 15 kinderen maar op de foto staan er 14, wat precies waar is weet ik niet. We weten misschien allemaal nog wel het programma van Henny Huisman waar Bert en Marie werden verrast toen alle kinderen aanwezig waren in de studio, wat Bert geweldig vond. Bert Hoefnagels is overleden op 25 februari 1996, hij was toen 84 jaar oud... "Unne môie mens was het"....



MARINUS ENGELEN (40)

De oudere onder ons kennen hem wel van "dun ankoper van de lijne bluumkus". Marinus kocht de bloemen van de Lindeboom in, je kreeg er niet veel voor maar 'n paar dubbeltje par zak had je toch al gauw. Marinus was geboren op 20 november 1888. Hij getrouwd met Maria (Miet) Haazen, die woonde op de Achterste Diesdonk in Asten, Marinus zelf kwam van Someren, zijn ouders woonden in de Kommerstraat. Ze hadden daar 'n winkel, 'n soort supermarkt want ze verkochten er werkelijk van alles en nog wat. Ze verkochten niet alleen in de winkel maar ook ging men "uitventen", langs de deuren verkopen en daardoor leerde hij mensen iets moest verkopen, veelal langs de boerderijen... hij reedt dan langs de deuren met zijn ponykar met 'n ruime sortering artikelen, huishoudelijke maar ook eetbare. Daar komt ook het woord "hij ging dun boer ôp" vandaan. Dit zou Marinus later goed van pas komen. Zijn vrouw Maria leerde hij kennen in Heusden toen hij op zoek was naar turf. Dat was toch wel even iets anders, hij vond geen turf maar er was wel 'n vuurtje ontstaan. Nadat hij getrouwd was hebben ze 'n tijd in Heusden gewoond op 'n klein boerderijtje maar het "handelen" zat Marinus in het bloed en hij wilde graag als handelaar voor zichzelf beginnen. Hij ging in Asten in d'n Himmel wonen waar hij ook lang is blijven wonen, "Als Engelen in d'n Hemel kan het hierboven niet beter worden voor ons" zei hij ooit. Marinus ging met textiel langs de deuren alleen in de crisisperiode werd dat tijdelijk onderbroken en moest ook hij naar de werkverschaffing... voor 12 gulden in de week moesten er 10 mensen gevoed en gekleed worden. In de oorlogstijd werd en veel gehandeld, geruild zodat èn de boeren èn Marinus er baat bij hadden. Ik weet toen ik klein was dat hij de bloesem van de lindeboom kocht, ik denk dat die weer ergens voor nodig waren zoals cosmetica of medicijnen of zoiets. Omdat die bomen vol in bloei stonden rond Asten-kermis en wij in d'n Himmel lindebomen voor het huis hadden staan, hebben veel kinderen uit de buurt lindbloemetjes geplukt en aan Marinus verkocht... je had dan mooi wat extra kermisgeld als jongen van 10 of 12 jaar. Toen naast hem de ijzergieterij verdween kwamen daar huizen staan en naast hem kwam een van zijn zonen wonen, Piet Engelen. Soms woonden ook een van zijn kinderen in de houten barak achter hun huis. Marinus en Miet hadden samen negen kinderen. Marinus is over leden in 1973... hij werd 84 jaar oud.



TINUS CORTENBACH (59)

Tinus Cortenbach was jarenlang onze buurman, hij woonde zelfs eerder in de Hemel als dat wij er woonden. Tinus was 'n zoon van Toon Cortenbach en Maria van Helmond. Hij werd geboren op 7 Oktober 1906 en woonde met z'n ouders in het eerste huisje van de "vijf gebooi" Emmastraat 50. Zijn vader is overleden toen Tinus nog maar vijf jaar oud was op 55 jarige leeftijd. Hij was van beroep klompenmaker. Ze bleven lange tijd op dit adres wonen, de kinderen Cortenbach met hun moeder. Tinus en z'n moeder verhuisden later van de Emmastraat naar de Hemel dat toen nog de oude huisnummers droeg nummer 33. Tinus kreeg verkering met 'n dochter van kastelein Dorus Maas, met Anna Maas waarmee hij trouwde op 5 mei 1936. Samen bleven ze wonen op Hemel 33 wat later nummer 59 werd. Samen met Anna kreeg Tinus 5 kinderen, vijf zonen, Tonny vernoemd naar opa Cortenbach, Theo, Riny, Gerard en Jan. Anna overleed veel te vroeg in 1944. De zus van Anna, Zus Maas nam de moeilijke taak op zich: het opvoeden en verzorgen van de vijf jonge kinderen van het gezin Cortenbach. Later trouwde Tinus voor de tweede keer nu met Corry Zwartjes, ze kwam uit het dorpje Malden waar ze op 18 januari 1915 was geboren en de trouwdatum voor de kerk was op 11-11-1947. Tinus werkte vroeger net als mijn vader bij Sjang Hoefnagels, de Drie Kronen waar hij o.a. suikerwerk maakte. De foto is er eentje toen Tinus nog niet zo oud was... "we hebbe dur unne goejen buurman an gehad".. Tinus is overleden op 10 april 2000.



WILLEM VAN BOMMEL (42)

Willem van Bommel ken ik als de rustige man die weduwnaar was en bij zijn dochter en schoonzoon woonde in het huis waar hij zelf al jaren woonde. Willem van Bommel is in Deurne geboren op 15 mei 1883 als zoon van Pieter van Bommel en Gertruida Maas. Hij trouwde op 23 april 1909 met Wilhelmina (Mina) Rijnders. Mina was geboren in Asten op 13 juni 1882 als dochter van Willem Rijnders en Anna Linders. In 1910 gaan ze samen wonen in 'n huis in de Emmastraat, een van de "vijf gebooi" op huisnummer 52. Het is het tweede huisje in de rij van vijf als je vanaf de Markt door de Emmastraat rijdt. Eind 1915 verhuizen ze naar Deurde. Later komen ze wonen in het huis in de Hemel in Asten... Willem en zijn vrouw Mina hebben samen zeven kinderen: Miet, Mien, Anna, Piet, Truus, Toon en Jan. Toon en Jan zijn 'n tweeling. Nadat zijn vrouw Mina is overleden blijft Willem bij zijn dochter Mien in huis wonen die het huis heeft overgenomen samen met haar echtgenoot Jan van Schaijk, "hij há ut dôr goe". Ik kan me hem nog heel goed herinneren, de rustige man die door de prachtige tuin liep en af en toe voor het huis stond te kijken naar de mensen die voorbij kwamen. In het huis woont nu zijn kleindochter Petra Gabriels - van Schaijk. Toen hij ziek werd ging hij hoopvol naar Bakel om er te genezen... helaas ontwaakte hij niet meer uit zijn slaap, Willem van Bommel is overleden op 18 januari 1963, hij werd 79 jaar oud. "Willem van Bommel, unne goeie rustiggen Himmelse mens".



Terug naar de inhoudsopgave | Terug naar het hoofdmenu